Beroepsaansprakelijkheid advocaat wegens onvoldoende voorlichting over inhoud vaststellingsovereenkomst bij letselschadeclaim.

Gerechtshof Amsterdam 25-04-2017: Een advocaat wordt aansprakelijk gesteld door zijn voormalig client omdat deze stelt dat de advocaat onvoldoende uitleg heeft gegeven over de inhoud van de vaststellingsovereenkomst ter afwikkeling van een letselschadeprocedure.

Het letselschade slachtoffer is directeur en enig aandeelhouder van zijn besloten vennootschap. Deze BV is weer enig aandeelhouder van de werkmaatschappij waarin de gedupeerde werkzaam was.
Het slachtoffer loopt letselschade op door een oogoperatie in 1989. Vervolgens raakt het slachtoffer betrokken bij een aanrijding in 2000 waar hij ook lichamelijke klachten aan overhoudt. De verzekeraar van de achteroprijdende auto erkent aansprakelijkheid en keerde voorschotten op de letselschadevergoeding uit.

Letselschadezaak bereiken schikking

Uiteindelijk gaat de advocaat over tot het dagvaarden van verzekeraar. Tijdens de zitting bij de rechtbank te Utrecht treffen partijen een schikking voor de geleden letselschade. Ten overstaan van de rechter tijdens de comparitie wordt een vaststellingsovereenkomst getekend. Partijen verlenen elkaar kwijting voor de schadeposten die in de vaststellingsovereenkomst worden vergoed. Uitgesloten van de schikking is de hoogte van het verlies aan verdienvermogen.

De eerste procedure was aanhangig gemaakt bij de rechtbank Utrecht. In 2008 verklaart de rechtbank Utrecht zich niet-ontvankelijk om kennis te nemen van de resterende vordering omdat de verzekeraar was ophouden te bestaan door een fusie en was overgenomen door een andere verzekeraar. Daarop wordt de procedure aanhangig gemaakt bij de rechtbank in Haarlem. Vanaf dat moment maakt het letselschadeslachtoffer ook de overstap naar een andere advocaat.

Advocaatkosten bij letselschade

De eerste advocaat maakt zijn rekening op en claimt dit bij zijn voormalig client. De client dient daarop een klacht in bij de orde van Advocaten omdat zijn advocaat bij het treffen van de schikking niet had verteld dat zijn advocaatkosten waren inbegrepen. De klacht houdt in dat de advocaat in strijd heeft gehandeld met de advocatenwet artikel 46.
De Raad van Discipline en het Hof van Discipline te Amsterdam verklaren de klachten gegrond. De advocaat had er tijdens het bereiken van de schikking expliciet op dienen te wijzen dat dit inclusief zijn kosten was. Van het schikkingsbedrag voor de letselschade diende de advocaatkosten te worden betaald.

Omdat het slachtoffer de advocaatkosten weigert te betalen, vordert de advocaat deze in een procedure bij de rechtbank. Daarop dient het slachtoffer een eis in reconventie (tegenvordering) in omdat de advocaat toerekenbaar is tekort geschoten omdat hij nalatig is geweest in het voldoende informeren over de aard en de inhoud van de vaststellingsovereenkomst.

Bewijslast letselschadeclaim

De rechtbank oordeelt bij tussenvonnis dat het slachtoffer onvoldoende heeft onderbouwd dat hij de vaststellingsovereenkomst niet zou hebben getekend als de fout achterwege was gebleven. De rechtbank stelt partijen in de gelegenheid om zich uit te laten hoe de schade moet worden begroot en bewijs aan te dragen.

Het slachtoffer maakt vervolgens een schade-opstelling gebaseerd op een vordering uit advocaatkosten in de tuchtzaak, vertragingsrente, kosten van rechtsbijstand en smartengeld.

De rechtbank geeft daarop een volgend tussenvonnis verdere uitleg. De rechtbank heeft daarbij overwogen dat er aanleiding is terug te komen van haar oordeel omtrent het causaal verband tussen de beroepsfout van de advocaat en de schade. De rechtbank draagt daarbij op aan het slachtoffer om aannemelijk te maken (lees bewijs aandraagplicht) dat hij de vaststellingsovereenkomst niet zou hebben getekend als deze volledig zou zijn voorgelicht.

In het eindvonnis oordeelt de rechtbank dat niet is komen vast te staan dat het slachtoffer met letselschade de vaststellingsovereenkomst niet zou hebben getekend als hij had geweten dat van de schadevergoeding nog een groot deel af zou gaan vanwege openstaande advocaatkosten. De rechtbank komt tot dat oordeel omdat het slachtoffer op dat moment dringend geld nodig had om zijn crediteuren te kunnen betalen. Omdat dit onvoldoende wordt weersproken, wijst de rechter de vordering in reconventie af.

Hoger beroep bij letselschade

Tegen de afwijzing van de tegenvordering wordt hoger beroep ingesteld door het slachtoffer met letselschade. Het hoger beroep wordt gebaseerd op een drietal schadeposten:

  • Schadevergoeding vanwege  kosten van rechtsbijstand;
  • Schadevergoeding wegens opgetreden vertraging in de procedure tegen de verzekeraar omdat de verkeerde partij werd gedagvaard door de advocaat;
  • en schadevergoeding in verband met de tuchtprocedure.

Schadevergoeding wegens kosten van rechtsbijstand

Het slachtoffer met letselschade is bij de rechtbank in eerste aanleg veroordeeld tot het betalen van een bedrag aan juridische kosten aan de advocaat. Ook het hof neemt als uitgangspunt de bereikte schikking tussen partijen tijdens de zitting. De beweringen dat de advocaat voorafgaand aan het sluiten van de vaststellingsovereenkomst hem onvoldoende heeft voorgelicht en hij bij juiste voorstelling van zaken de vaststellingsovereenkomst niet zou hebben getekend vinden geen grond. Het beroep op gebrek aan voorlichting door de advocaat en het feit dat niet aannemelijk was dat hij de vaststellingsovereenkomst ter afwikkeling van de letselschadeclaim niet zou hebben getekend wordt afgewezen.

Schadevergoeding door vertraging in de procedure

Ook stelt het letselschade slachtoffer dat hij schade heeft geleden omdat de advocaat de verkeerde partij heeft gedagvaard. Er ontstond daardoor vertragingsschade. Deze vertragingsschade is de rente over de schadevergoeding die hij –bij de juiste procedure- een jaar eerder zou hebben ontvangen. Het hof corrigeert de schadeclaim en benadrukt dat het niet gaat om vertragingsschade (omdat de schadevergoeding pas later is betaald) maar om de gemiste rente over de schadevergoeding zoals bedoeld in artikel 6:119 lid 1 BW. Uit het enkele gegeven dat de schadevergoeding een jaar later werd uitgekeerd en aanvankelijk de verkeerde partij werd gedagvaard, blijkt nog niet dat diezelfde vaststellingsovereenkomst een jaar eerder ook tot stand zou zijn gekomen. Deze schadepost wordt daarom afgewezen.

Schadevergoeding in verband met de tuchtprocedure

Tot slot vordert de gedupeerde met letselschade de kosten van de tuchtprocedure. Om voor vergoeding in aanmerking te komen moeten de kosten voor het voeren van een tuchtprocedure zijn gemaakt ter vaststelling van aansprakelijkheid of hoogte van de schade, zoals bedoeld in artikel 6:69 lid 2 onder b BW. De rechter acht hiervan geen sprake en wijst de gevorderde schadepost af.

Advies bij sluiten vaststellingsovereenkomst bij letselschade

Het mag wel blijken dat het sluiten van een vaststellingsovereenkomst bij letselschade uitleg nodig heeft. Het is belangrijk bij het sluiten van de vaststellingsovereenkomst goed te beschrijven wat wel en niet wordt vergoed. Voor het letselschade-slachtoffer moet het helder zijn geworden waarvoor wordt getekend.
Wilt u advies over uw letselschadezaak? Bel met onze letselschadespecialisten en letselschade-advocaat 0800-4455000. Wij werken landelijk.

Door: mr. O.A.M. (Oscar) Hijink, letselschade advocaat LSA Nijmegen

bron: ECLI:NL:GHAMS:2017:1628

Schrijf een reactie


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Schrijf een reactie

Volg ons   LinkedIn   Twitter   Facebook