Beleidsregels vervoersondersteuning 2016 van de gemeente Nijmegen in strijd met de Wmo.

Op 7 maart 2017 heeft de meervoudige kamer van rechtbank Gelderland afdeling bestuursrecht te Arnhem vastgesteld dat bij de beleidsregels vervoersondersteuning 2016 van de gemeente Nijmegen geen sprake is van een juiste wetstoepassing.

Op basis van dit beleid is het namelijk niet mogelijk om voor een persoonsgebonden budget (pgb) in aanmerking te komen wanneer een maatwerkvoorziening wordt geïndiceerd in de vorm van collectief vervoer.

Vervoerskosten vergoeding WMO Nijmegen

Sinds 1 februari 2010 ontving cliŽnte een vervoerskostenvergoeding op grond van de Wet maatschappelijke ondersteuning vanwege haar mobiliteitsproblemen. Bij besluit van 6 oktober 2016 werd deze voorziening door de gemeente Nijmegen beŽindigd. CliŽnte was te laat met het indienen van een bezwaarschrift tegen dit besluit, zij deed daarom op 16 maart 2016 een nieuwe aanvraag om een vervoersvoorziening.

Bij de beoordeling of iemand in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening maakt de gemeente Nijmegen gebruik van een vier-staps-model. Dit model bestaat uit vier lagen, waarbij de eerste laag als uitgangspunt geldt. De eerste laag betreft een oplossing binnen het eigen netwerk, de tweede gebruikmaking van het openbaarvervoer, de derde laag gebruikmaking van de regiotaxi en de vierde laag betreft een individuele voorziening.

De gemeente Nijmegen stelde zich op het standpunt dat op grond van artikel 2.3.5 derde lid, van de Wmo cliŽnte niet in aanmerking kwam voor een maatwerkvoorziening. De partner van cliŽnte was namelijk in het bezit van een eigen auto. De gemeente vond dat cliŽnte met behulp van (de auto van) haar echtgenoot zelf kan voorzien in haar vervoersbehoefte.

Bezwaar en beroep tegen besluit gemeente

Nadat cliŽnte eerst zelf bezwaar had gemaakt tegen bovengenoemd besluit, kwam de zaak voor de meervoudige kamer van rechtbank Gelderland.

Enkele dagen voor de zitting kende gemeente Nijmegen cliŽnte onverwachts alsnog een vervoersvoorziening toe in de vorm van een vervoerspas voor collectief vervoer. De door de gemeente toegekende voorziening  wilde cliŽnte graag verstrekt krijgen in de vorm van een persoonsgebonden budget (pgb). Het huidige beleid van de gemeente Nijmegen voorziet niet in deze mogelijkheid, waardoor de zaak alsnog op zitting kwam.

Op zitting verklaarde de gemeente Nijmegen dat de aan cliŽnte toegekende voorziening, een voorziening betreft uit de derde laag van het vier-staps-model en deze voorziening op grond van de Wmo moet worden aangemerkt als een maatwerkvoorziening, zoals bedoeld in artikel 2.3.5 derde lid van de Wmo. Wanneer een maatwerkvoorziening wordt geïndiceerd in de vorm van collectief vervoer, wordt geen pgb verstrekt.

Oordeel rechtbank Arnhem

Naar het oordeel van de rechtbank Arnhem miskent de gemeente Nijmegen hiermee de keuzevrijheid, zoals deze voortvloeit uit artikel 2.3.6 eerste lid van de Wmo. Het beleid van de gemeente Nijmegen is daarmee in strijd met de Wmo. De gemeente heeft cliŽnte ten onrechte een pgb geweigerd.

Advocaat bij bezwaarschrift en beroepsprocedure

Bent u het niet eens met een besluit dat door de gemeente is genomen en wilt u in bezwaar of beroep. Neem dan vrijblijvend contact met mij op. Bel (024) 388 66 80. Ik sta u graag te woord.

Mr. J. (Janneke) van Kleef, advocaat Nijmegen

Bron: Rechtbank Arnhem, 7 maart 2017, zaaknummer 16/5040.

Schrijf een reactie


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Schrijf een reactie

Volg ons   LinkedIn   Twitter   Facebook