Hoger beroep bij letselschadevergoeding door fietsongeluk met hond

25-4-2017: Het Hof in Den Haag heeft in hoger beroep te beslissen over de vraag of een eigenaar van een hond aansprakelijk is voor het ongeval met letselschade van een fietser die ten val is gekomen door een botsing met de hond.

In hoger beroep dringt zich de vraag op of de fietser wel ten val is gekomen door de botsing met de hond. De hond liep ten tijde van het fietsongeluk los op het fietspad. De rechter acht de fietser met letselschade geslaagd in het leveren van bewijs van de toedracht. Het is aan de hondenbezitter om eventueel tegenbewijs te leveren. Nu de hondeneigenaar geen tegenbewijs levert, gaat de rechter uit van de gestelde toedracht en acht de eigenaar van de hond aansprakelijk voor het ongeluk en de letselschade.

Eigen schuld fietsongeluk door hond

De verwerende partij in hoger beroep (de hondenbezitter) stelt dat er sprake is van eigen schuld aan de zijde van de fietser. De fietser heeft zelf een gevaarlijke verkeerssituatie gecreŽerd door met beperkingen aan zijn hand te gaan fietsen. De fietser zou niet goed in staat zijn tot sturen of remmen en heeft onverantwoord snel gereden. Het is aan de hondeneigenaar deze stelling aannemelijk te maken, te bewijzen. Aldus de rechter in hoger beroep is de hondenbezitter hierin onvoldoende geslaagd.
De rechter in hoger beroep voegt hieraan toe dat het enkele feit dat de elektrische fiets een snelheid kon halen van 25 kilometer per uur, niet wil zeggen dat de fietser ook met deze snelheid reed.
Ten aanzien van de gestelde handbeperkingen ziet het hof geen aanleiding voor het instellen van een deskundigenonderzoek naar mogelijke beperkingen in de rem- en stuurcapaciteiten van de gewonde fietser. Die bovendien dan ook nog invloed moet hebben gehad op het ontstaan van het fietsongeluk.

Gevorderde schadeposten voor letselschade

De geclaimde letselschade van de fietser bestond uit een beschadigde bril, medische kosten en pijnstillers, beschadigd horloge, kledingschade en stomerijkosten, reiskosten, ziekenhuiskosten, vergoeding zelfredzaamheid, huishoudelijke hulp en tot slot smartengeld (€ 2.000) en buitengerechtelijke advocaatkosten. Al met al was de totale schade € 6.748,04.
Het verweer dat een deel van de letselschade door de eigen verzekering van het slachtoffer wordt vergoedt, slaagt niet. Door de gewonde fietser is hiervoor geen schadevergoeding gevorderd.
Omdat de eiser in hoger beroep geen factuur kan overleggen van de beschadigde bril, wordt deze schadepost afgewezen. Van de pijnstillers en medische kosten acht de rechter in hoger beroep het aannemelijk dat deze kosten zijn gemaakt. Echter ziet de rechter wel reden het bedrag e matigen van € 40 naar € 10 omdat er geen facturen zijn overgelegd. Datzelfde geldt voor de stomerijkosten. Omdat niet aannemelijk is gemaakt dat en waarom er stomerijkosten zijn gemaakt en er ook geen nota voor handen is, wordt de schadepost afgewezen.
De overige schade wordt voldoende aangetoond of aannemelijk geacht. Ook de bedragen komen de rechter in hoger beroep redelijk voor en worden toegewezen.
Voor wat betreft de daggeldvergoeding vanwege verblijf in het ziekenhuis volgt volledige toewijzing. Dit gebeurt conform de letselschaderichtlijn van de letselschaderaad. De parkeer- en reiskosten worden gematigd.
Dat er kosten zijn gemaakt voor huishoudelijke hulp en tuinwerkzaamheden, wordt door de aansprakelijke hondenbezitter betwist. De eiser in hoger beroep voert geen verweer en motiveert deze kosten niet verder. Dit leidt ertoe dat de schadeposten worden afgewezen.

Hoogte smartengeld na fietsongeluk

Tot slot staat de smartengeldvergoeding te discussie. Allereerst vermeldt het hof in hoger beroep dat naar billijkheid een vergoeding dient te worden vastgesteld voor immateriele schade voor lichamelijk letsel. Bij het begroten van het smartengeld moet rekening worden gehouden met de specifieke omstandigheden van het geval, zoals het letsel en de gevolgen maar ook de aard van de aansprakelijkheid en de vraag of de schade opzettelijk of door schuld is veroorzaakt. Als richtlijn dient te worden aangehouden eerdere uitspraken van rechters bij vergelijkebare letselschadezaken. Het hof acht de gevorderde € 2.000 aan de hoge kant en kent een vergoeding voor immateriele schade toe van € 1.000. Het hof overweegt dat het letsel bestaat uit een breuk van het sleutelbeen, een scheurtje in het schedelbot en een fractuur van de linker jukboog. Omdat de breuk in het sleutelbeen niet goed vastgroeide is de fietser met letselschade geopereerd en behandeld door een fysiotherapeut. Restloos herstel wordt verwacht, aldus de medisch adviseur. Er is niet gebleken of gesteld dat er nog restklachten zijn zodat rechter in hoger beroep daarvan uitgaat.
Van de gevorderde schadevergoeding vanwege aansprakelijkheid voor het ongeval en de letselschade die daardoor is ontstaan, wordt een bedrag van € 4.740,54 toegewezen.

Schadepost advocaatkosten en kosten procedure

Omdat beide partijen over en weer op enkele punten in het ongelijk zijn gesteld, worden de advocaat en procedurekosten in hoger beroep gecompenseerd, in die zin dat iedere procespartij zijn eigen kosten draagt.

Hulp bij claimen letselschade?

Heeft u een fietsongeluk gehad of letselschade opgelopen door een hond, bel dan voor vrijblijvend letseladvies over aansprakelijkheid en schadevergoeding. Vaak kunnen wij u zonder kosten bijstaan. Onze letseladvocaten en letselschadespecialisten lichten u graag voor. Bel voor ons landelijke nummer 0800-4455000!

Door: mr. O.A.M. (Oscar) Hijink, letselschadeadvocaat LSA 


Bron: Hoger beroep Hof Den Haag 25 april 2017ECLI:NL:GHDHA:2017:978
Bron: Schade Magazine

Schrijf een reactie


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Schrijf een reactie

Volg ons   LinkedIn   Twitter   Facebook