Slachtoffer met letselschade niet gezien door veroorzakers, toch schadevergoeding

20-3-2017: In de procedure bij de rechter draait het om de vraag of het slachtoffer dat claimt letselschade te hebben zich wel in de auto bevond tijdens het verkeersongeluk.

De veroorzaker van het verkeersongeluk reed medio september 2001 omstreeks 16:00 tegen de achterkant van een bestelauto in Rotterdam dat stilstond voor een rood verkeerslicht. Een van de inzittenden, naar achteraf blijkt degene die claimt letselschade te hebben opgelopen zat op de passagiersstoel en is direct na het ongeval uitgestapt en weggegaan om eten te halen bij de Chinees. Het was de moeder van de bestuurder van de bestelauto. Wat later op de avond krijgt dit slachtoffer voor het eerst last van nekklachten en schouderklachten. De volgende dag bezoekt ze hiervoor de huisarts. De nekklachten en schouderklachten worden uiteindelijk zo erg dat ze zelfs arbeidsongeschikt raakt.

Verkeersongeluk bij stilstand voor rood stoplicht

Na het ongeluk is de bestuurder van de auto die achterop reed bij het bestelbusje uitgestapt, maar zegt de inzittende met letselschade niet te hebben gezien. De verzekeraar wijst vervolgens de schadeclaim af. Ook acht de verzekeraar de verklaring dat het slachtoffer met letselschade uitstapte om Chinees eten te gaan halen om 16:00 uur niet geloofwaardig. Er wordt geen schadevergoeding voor opgelopen letsel uitgekeerd. Uiteindelijk wordt verzekeraar gedagvaard een letselschadevergoeding te betalen aan het slachtoffer. In hoger beroep bij het Gerechtshof te Den Haag wijst de rechter vonnis.

Leveren bewijs letselschade

De rechter in Den Haag heeft het slachtoffer met letselschade in eerste instantie een bewijsopdracht gegeven dat ze ten tijde van het ongeval in de auto heeft gezeten.
Het bewijs dat het slachtoffer in de auto heeft gezeten is volgens de rechter geleverd doordat ze kort na de aanrijding met haar zoon het aanrijdingsformulier heeft getekend en ze heeft aangegeven dat ze daarbij klachten, kneuzing aan schouder rug en nek, heeft opgelopen. Dit in combinatie met het feit dat het slachtoffer de dag na het ongeval zich met klachten van het ongeval bij de huisarts heeft gemeld. Daarbovenop heeft het slachtoffer anderhalve week na het ongeval in een telefoongesprek met de verzekeraar haar klachten ook besproken.

Het slachtoffer zelf, maar ook haar zoon, haar dochter en haar man zijn als getuige, civiel- en strafrechtelijk, door de rechter gehoord. Hierbij heeft haar zoon aangegeven dat zij, zijn moeder, ten tijde van het ongeval bij hem in de auto heeft gezeten. Haar dochter heeft aangegeven dat ze haar moeder op de bank heeft zien liggen toen ze de dag van het ongeval was thuis gekomen. Ze heeft haar moeder over het ongeval en over haar nekklachten en schouderklachten gehoord. Haar man heeft aangegeven dat zij hem heeft gebeld, dat ze een ongeval heeft gehad en dat het niet goed met haar ging.

Afwijzen aansprakelijkheid en schadevergoeding

De rechter acht hierbij van belang dat het slachtoffer er tot 14 november 2002 nog van uit kon gaan dat de verzekeraar haar schade zou vergoeden. Ze heeft toen per brief het bericht van de verzekeraar gekregen dat ze geen aansprakelijkheid erkennen. De veroorzaker had namelijk in april 2002 aan zijn verzekeraar bericht dat er geen passagier bij de aanrijding betrokken was. De rechter is van mening dat het slachtoffer geen reden gehad zou hebben om tot november 2002 met een valse verklaring te komen.

Bewijsopdracht aantonen letselschade

De informatie van de arts, het aanrijdingsformulier en ook de verklaringen van familieleden, die verklaren wat ze direct na het ongeval van het slachtoffer zelf hebben vernomen, geven de rechter de overtuiging dat ze in de auto heeft gezeten.
Tevens was de rechter van mening dat het hebben van bestaande afspraken, op haar werk, een goede reden kan zijn dat ze al om 16:00 Chinees is gaan halen. Dat het slachtoffer daardoor na het ongeval gelijk is uitgestapt omdat ze op dat moment nog geen nekklachten heeft gehad is niet onlogisch.
Medisch was de rechter van mening dat er een consistente lijn is met betrekking tot de whiplashklachten die het slachtoffer na het ongeval heeft ontwikkeld.

Advies en tips bij letselschade

Het is essentieel om na een verkeersongeval aan te geven wie er daarbij betrokken zijn geweest. Hierdoor kan er geen discussie ontstaan of iemand wel of niet bij een ongeval aanwezig is geweest. Daarnaast is het essentieel om, als er klachten zijn of er sprake is van letselschade, om zo spoedig mogelijk naar een arts te gaan.

Heeft u vragen bel dan met onze letselschade-experts of advocaat letselschade. Bel gratis 0800-44 55 000. Wij werken landelijk.

Door: mr. M.A. (Mark) Visser, schadeletsel advocaat Arnhem,  NIVRE registerexpert personenschade

Geschreven door

Schrijf een reactie


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Schrijf een reactie

Volg ons   LinkedIn   Twitter   Facebook