Schadevergoeding voor het ontbreken op een klassenfoto

18-7-2017: Op de Montessorischool in Den Haag werd een klassenfoto gemaakt. Op deze dag ontbrak er echter een kind of een aantal kinderen vanwege een verleende vrije dag voor het Offerfeest. De ouders van de kinderen verwijt de school onrechtmatigheid en claimt een schadevergoeding.

Elk jaar kent het islamitische geloof enkele feestdagen, zoals het Suikerfeest en het Offerfeest. Al enkele jaren zorgt het voor verwarring of voor deze dagen vrij gegeven moet worden. Officieel gezien zijn de islamitische feestdagen geen vrije dagen. Toch kiezen er veel scholen voor om islamitische kinderen een verlofdag te geven. Omdat het meestal om een kleinere groep kinderen gaat, houdt de school niet altijd rekening met hun absentie. Daardoor willen er nog wel eens probleem ontstaan.

Vorderen schadevergoeding

In 2015 viel het offerfeest op 24 september. De islamitische kinderen van de Maria Montessorischool uit Den Haag hadden hiervoor, na een verlofaanvraag, een vrije dag gekregen.
De school had blijkbaar geen rekening gehouden met deze dag. Ze had namelijk op diezelfde dag een schoolfotograaf laten komen om zowel klassen- als individuele foto’s te laten maken. Gelukkig was er voor de ontbrekende kinderen nog de mogelijkheid om op een andere dag individuele foto’s te laten maken. Daarnaast heeft de adjunct-directeur van de school geprobeerd om nieuwe klassenfoto’s te maken.
Ondanks de oplossing hebben de ouders van twee kinderen, een vordering tot schadevergoeding bij de kantonrechter ingesteld omdat de kinderen ontbraken op de eerste klassenfoto.

Verklaring voor recht onrechtmatige daad

De ouders vorderde dat voor recht werd verklaard dat de school onrechtmatig jegens de kinderen heeft gehandeld door geen rekening te houden met het verlof. Daarnaast werd er een immateriŽle schadevergoeding van €10.000, - (€5.000, - per kind) gevorderd.
Eisers zijn van mening dat de school in strijd heeft gehandeld met artikel 7 van de Algemene wet gelijke behandeling (AWGB). Hierin is opgenomen dat het verboden is om onderscheid te maken bij het aanbieden of verlenen van toegang tot goederen of diensten.
Blijkbaar hebben de ouders de school verzocht om de schoolfotograaf op een andere dag in te plannen, maar de school is hier niet in meegegaan. Daarnaast speelde mee dat de groepsfoto’s die op 24 september waren gemaakt, in de klaslokalen werden opgehangen. Op deze foto’s ontbraken dus enkele kinderen.
Tot slot waren de nieuwe klassenfoto’s gemaakt door een medewerker van de school zelf, waardoor de ouders deze foto’s niet konden aanschaffen en niet werden opgehangen in de klaslokalen. Zij waren van mening dat door deze omstandigheden de school indirect onderscheid heeft gemaakt op grond van godsdienst zonder dat daar een legitiem doel mee werd gediend.

Verweer aansprakelijkheid / hoogte schadevergoeding 

Ter verweer geeft de school aan dat wel degelijk rekening wordt gehouden met diverse geloofsovertuigingen. De school wist niet dat op deze dag het offerfeest samenviel met de komst van de fotograaf. Wanneer zij dit wel wist, zou de schoolfotograaf op een andere dag zijn ingepland.
De school wijst er op dat bij de aanvang van het schooljaar de dag van de komst van de fotograaf op de jaarkalender en in de nieuwsbrief kenbaar is gemaakt. Volgens de school hadden de ouders daarom al eerder bezwaar kunnen maken tegen deze datum. Op het moment dat door hen het verlof aan werd gevraagd, was het niet meer mogelijk om de afspraak met de schoolfotograaf te verzetten.
Daarnaast werden de foto’s gemaakt bij aanvang van de lessen. Alle kinderen voor wie verlof was aangevraagd hebben gebruik gemaakt van de gelegenheid om aanwezig te zijn bij het maken van de foto’s, behalve de kinderen van eisers. De groepsfoto’s die later door een medewerker van een school zijn gemaakt, zijn volgens de school gratis aan alle ouders aangeboden. De school heeft daarbij haar excuses aangeboden voor de ongelukkige planning.
Als laatste voert de school aan dat de kinderen geen schade hebben geleden en dat de vordering met betrekking tot de immateriŽle schadevergoeding aan de hoge kant is.

Schending Wet Gelijke Behandeling

De rechter beoordeelde of er inderdaad sprake was van een schending van artikel 7 AWGB. Het zou dan gaan om indirect onderscheid waarbij een ogenschijnlijk neutrale bepaling, maatstaf of handelswijze personen met een bepaalde godsdienst in vergelijking met andere personen bijzonder treft. Dit onderscheid is toegestaan wanneer er sprake is van een legitiem doel en de middelen voor het bereiken van dat doel passend en noodzakelijk zijn.

De rechtbank kwam tot de conclusie dat artikel 7 AWGB niet was geschonden ten aanzien van de individuele foto’s maar wel ten aanzien van de klassenfoto’s. Omdat de foto’s op de dag van het Offerfeest werden gemaakt, werden hoofdzakelijk kinderen getroffen die een andere geloofsovertuiging hadden. Dit gold niet voor de individuele foto’s omdat hiervoor een passend alternatief is geboden. Van een legitiem doel is volgens de rechtbank geen sprake.
De rechter wijst daarom de vordering voor verklaring van recht toe.

Toewijzen schadevergoeding

Ook deelt de rechtbank het standpunt van eisers dat er schade is geleden. De kinderen zijn door het onrechtmatig handelen van de school in hun persoon aangetast. Op grond van de gegeven omstandigheden en belangen wordt er een schade vergoeding van €250, - aan elk van de twee kinderen toegekend.

Advies bij schadevergoeding en aansprakelijkheid

Wilt u meer weten over aansprakelijkheid en schadevergoeding. Bel met onze advocaten en juristen op ons landelijke nummer 0800-44 55 000

Door: Chiel Hendriks


Bron: Rechtbank Den Haag 10 juli 2017, ECLI:NL:RBDHA:2017:7416

Schrijf een reactie


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Schrijf een reactie

Volg ons   LinkedIn   Twitter   Facebook