Vervangende schadevergoeding voor herstelwerkzaamheden verbouwing

Uitspraak 21 april 2017: De eigenaar van een aangekochte woning sluit met een aannemer een overeenkomst inhoudende dat tegen een vaste aanneemsom verbouwingswerkzaamheden aan de woning zullen worden verricht. Omdat de consument meent dat de werkzaamheden niet naar afspraak zijn verricht vordert deze een vervangende schadevergoeding.

Op de overeenkomst tussen partijen zijn de UAV 1989 van toepassing. De oplevering vindt plaats in 3 fasen waarvan proces verbaal wordt opgemaakt.
Discussie rijst over een mankement in de keukenvloer, de kwaliteit van het tegelwerk in een aantal ruimten. De vloer vertoont bovendien een onacceptabel hoogteverschil.

Over de kwaliteit is opgenomen dat deze dient te voldoen aan de Stabu-standaard 2001. Dit is contractueel overeengekomen tussen partijen en er zijn geen andere afspraken gemaakt. Volgens de contractueel overeengekomen afspraken mag het hoogteverschil (gemeten over 2 meter) maximaal 3 millimeter zijn. Aldus de eiser is dit zeker 3 centimeter.

Opschorting betaling aanneemsom

De woningeigenaar heeft een deel van de aanneemsom nog niet betaald vanwege de geconstateerde gebreken.
Beide partijen schakelen een advocaat in. De advocaat van de aannemer dagvaardt de consument. In een procedure bij de rechtbank in Haarlem vordert de aannemer betaling van het openstaande bedrag. In reconventie, tegeneis, vordert de consument veroordeling tot het verrichten van nog niet verrichtte werkzaamheden en herstel van de gebreken, c.q. ondeugdelijk verrichtte werkzaamheden. Mocht herstel niet meer mogelijk blijken dan eist de consument een vervangende schadevergoeding.

De rechtbank in Haarlem wijst de vordering van de aannemer toe. De consument moet derhalve de aanneemsom volledig voldoen. De tegeneis de vordering tot schadevergoeding voor kosten van herstel van de gebreken wordt afgewezen omdat de aannemer nog niet in verzuim is.

Hoger beroep hof Amsterdam

De consument stelt hoger beroep in bij het hof te Amsterdam tegen het vonnis van de rechtbank Haarlem. Het hof Amsterdam veroordeelt de aannemer tot betaling van een vervangende schadevergoeding. De schadevergoeding betreft een bedrag voor herstel van de keukenvloer en betegeling. Het hof Amsterdam komt tot deze conclusie omdat zij er op grond van artikel 6:83 aanhef en onder c, vanuit gaat dat verzuim zonder ingebrekestelling is ingetreden.

Het verzuim treedt zonder ingebrekestelling in:
a. wanneer een voor de voldoening bepaalde termijn verstrijkt zonder dat de verbintenis is nagekomen, tenzij blijkt dat de termijn een andere strekking heeft.

Aan deze beslissing van het hof Amsterdam ligt ten grondslag een rapportage van een deskundige. De deskundige concludeert dat de gelegde vloer niet voldoet aan de overeengekomen Stabu-richtlijnen, een in de branche gebruikelijk uitgangspunt. Datzelfde geldt voor een aantal onvlakheden. Tevens wordt door de deskundige beschreven dat het herstel van de werkzaamheden ingrijpend zal zijn. Er wordt een opsomming gemaakt en een begroting opgesteld.

Geen tekortkoming in de nakoming

De advocaat van de aannemer bestrijdt dat er sprake is van een tekortkoming en dat het slechts gaat om een esthetische kwestie.
In het oordeel van het hof wordt vastgehouden aan de Stabu-richtlijn en de rapportage van de deskundige. Die richtlijn kan naar oordeel van het hof als objectieve norm worden gehanteerd, ook als deze niet expliciet tussen partijen is overeengekomen.
Het verweer van de aannemer dat de consument zelf de constructie heeft gewild en de aannemer ‘slechts’ conform wens heeft uitgevoerd, haalt het niet. Niet blijkt dat om deze reden niet zou kunnen worden voldaan aan de kwaliteitseis die in de branche gebruikelijk is.

Voor het bepalen van de schadevergoeding wordt als uitgangspunt genomen het deskundigenoordeel en een offerte van een andere aannemer voor herstelwerkzaamheden. De schadeposten worden afzonderlijk onderbouwd in de rapportage van de aannemer. Dat de offerte voor herstelwerkzaamheden niet is ondertekend door de consument en ook nog niet is begonnen aan de herstelwerkzaamheden, betekent niet volgens het hof Amsterdam dat aan de offerte geen waarde toekomt.
Door de advocaat van de aannemer wordt de offerte bestempeld als ‘buitenproportioneel’. De advocaat laat na dit echter nader te motiveren. Te meer omdat de deskundige de herstelwerkzaamheden beoordeeld als een ‘ingrijpende operatie’, komt het hof de vordering niet onredelijk voor en wijst de schadevergoeding toe.

Cassatie tegen toegekende schadevergoeding

De aannemer gaat in cassatie. De klacht richt zich tegen het oordeel van het hof dat de gevorderde schadevergoeding ter zake het egaliseren en herstellen van de keukenvloer toewijsbaar is.

Aldus de advocaat van de aannemer heeft de consument op het vlak van egaliseren van een keukenvloer aangegeven niet de kosten van egaliseren te willen dragen. Partijen hebben deze afwijkende afspraak gemaakt tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Het hof Amsterdam beschouwt dit als een afspraak in afwijking van de Stabu-richlijnen. Hoewel het hof van mening was dat de aannemer de consument nadrukkelijk over de gevolgen had moeten informeren acht de Hoge Raad niet het geval.

Andere klachten zijn gericht tegen het ten onrechte dan wel zonder motivering toewijzen van een vervangende schadevergoeding. Kortweg betreft het een keukenvloer die aflopend is, waarvan niet met het blote oog kan worden gezien dat deze aflopend is, en waarin een ‘knik’ zit die niet gevaarlijk, hinderlijk of waarneembaar is met lopen, maar het slechts een esthetisch kwestie betreft. De aard en de omvang van de herstel werkzaamheden staat in geen verhouding tot de vervangende schadevergoeding. De advocaat van de aannemer doet een beroep op de beperkende werking van de redelijkheid en billijkheid. Volgens de advocaat had het hof moeten oordelen dat de ernst en de aard van de tekortkoming, gezien de ondergeschikte betekenis ervan, de vervangende schadevergoeding niet rechtvaardigt. Dan wel dat de herstelkosten naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid tegen dit licht onaanvaardbaar zijn.
De Hoge Raad overweegt dat het enkele feit dat herstel een ingrijpende en kostbare situatie is, niet leidt tot een voldoende gemotiveerd verweer voor afwijzing van de vervangende schadevergoeding. Ook is het niet zo dat de hoogte van de herstelkosten ansich reden zijn om de schadevergoeding af te wijzen ook al zouden deze hoger zijn dan of niet in verhouding staan tot de oorspronkelijke aanneemsom. Wel is het zo –zoals eerder overwogen dat ten aanzien van de egalisatie van de vloer er is gekomen tot afwijkende afspraken. De hoge raad verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam om met in achtneming van zijn arrest vonnis te wijzen.

Advies advocaat over hoger beroep

Wilt u advies van een advocaat over hoger beroep of schadevergoeding? Heeft u een juridisch geschil? Bel voor een vrijblijvend advies met onze advocaten in Arnhem en Nijmegen.

 

Schrijf een reactie


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Schrijf een reactie

Volg ons   LinkedIn   Twitter   Facebook