Partneralimentatie: na echtscheiding of ontbinding van het geregistreerd partnerschap kan er een wettelijke verplichting bestaan om bij de te dragen in het levensonderhoud van de ex-partner. Deze wettelijke verplichting ontbreekt bij verbreking van een relatie tussen ongehuwd samenwonenden, die ook geen geregistreerd partner zijn. In dit artikel beschrijf ik het begrip partneralimentatie en hoe wij partneralimentatie berekenen met behulp van het Tremarapport.

Hoe wordt partneralimentatie vastgesteld?

Partneralimentatie wordt vastgesteld naar behoefte van de alimentatiegerechtigde en naar draagkracht van de alimentatieplichtige. De aanwezigheid van de behoefte bij de onderhoudsgerechtigde is een voorwaarde voor vaststelling van alimentatie. Wanneer er geen sprake is van een behoefte, dan zal er ook geen alimentatie worden opgelegd.

De vast te stellen alimentatie wordt begrensd door de behoefte van de alimentatiegerechtigde en de draagkracht van de alimentatieplichtige. Wanneer de behoefte lager is dan de draagkracht, dan zal de vast te stellen alimentatie niet hoger zijn dan de behoefte. Is de draagkracht lager dan de behoefte, dan vormt de draagkracht de grens van de vast te stellen alimentatie.

Hoogte partneralimentatie berekenen

Behoefte partneralimentatie berekenen

In de wet is niet aangegeven op welke wijze de behoefte en de draagkracht moeten worden berekend. In het Tremarapport zijn aanbeveling van de Expertgroep Alimentatienormen opgenomen. Het rapport wordt door rechters gehanteerd bij de vaststelling van alimentatie. Het tremarapport heeft geen kracht van wet; in individuele gevallen kan daarvan worden afgeweken.

Op de zelfde voet verder kunnen leven

De behoefte is gerelateerd aan de welstand tijdens het huwelijk. In principe is de bedoeling dat beide echtgenoten / geregistreerd partners na scheiding op dezelfde voet verder kunnen leven. Uit het tremarapport volgt dat bij de vaststelling van de behoefte van een onderhoudsgerechtigde rekening dient te worden gehouden met alle relevante omstandigheden, waaronder de hoogte en de aard van zowel de inkomsten als de uitgaven van partijen tijdens het huwelijk. Met concrete gegevens worden de reële of met een redelijke mate van waarschijnlijkheid te verwachten kosten van levensonderhoud van de onderhoudsgerechtigde vastgesteld.

De bepaling van de behoefte aan partneralimentatie is dus maatwerk. Slechts indien de echtgenoten het erover eens zijn kan de behoefte aan partneralimentatie worden berekend aan de hand van de zogenaamde ‘hofformule’. Dit is een in de rechtspraak ontwikkelde methode om de behoefte aan partneralimentatie te berekenen. Daarbij wordt aansluiting gezocht bij het netto te besteden gezinsinkomen van partijen voor het uiteengaan, eventueel verminderd met het eigen aandeel kosten kinderen. Dit bedrag wordt geacht beschikbaar te zijn geweest voor het levensonderhoud van de echtgenoten. Omdat het leven als alleenstaande duurder is dan het leven in gezinsverband wordt de helft van het netto besteedbaar gezinsinkomen (dat in voorkomende gevallende is verminderd met de kosten van de kinderen) met 20% verhoogd.

Alleen wanneer de onderhoudsgerechtigde niet in staat is om in het eigen levensonderhoud te voorzien is er een onderhoudsplicht.

Een onderhoudsverplichting bestaat alleen wanneer de onderhoudsgerechtigde niet in staat is in het eigen levensonderhoud te voorzien. Eigen inkomsten, ook inkomsten uit vermogen, verminderen de behoefte aan een bijdrage in het levensonderhoud. Wanneer een onderhoudsgerechtigde geen eigen inkomsten heeft, dan dient rekening te worden gehouden met de verdiencapaciteit van de onderhoudsgerechtigde: het bedrag dat hij redelijkerwijs in staat moet worden geacht zich te verwerven.

Op de aan het huwelijk gerelateerde behoefte strekt dus in mindering het werkelijke inkomen van de onderhoudsgerechtigde of het inkomen dat hij / zij in staat is te verdienen. Het resterende bedrag vormt de aanvullende behoefte aan partneralimentatie. Wanneer vaststaat dat er behoefte is aan partneralimentatie en wat de hoogte daarvan is, wordt bekeken of de andere ex-partner in staat is om daarin te voorzien en zo ja, tot welk bedrag.

Draagkracht partneralimentatie bepalen

In het tremarapport zijn rekenmodellen opgenomen aan de hand waarvan de draagkracht voor partneralimentatie wordt berekend. Het tremarapport is te vinden op www.rechtspraak.nl.

  1. Allereerst wordt het netto besteedbaar inkomen berekend.
  2. Op het netto besteedbaar inkomen strekt in mindering het draagkrachtloos inkomen, dat gevormd wordt door de bijstandsnorm en de lasten waarmee op grond van het tremarapport rekening wordt gehouden.
  3. Het resterende bedrag vormt de draagkrachtruimte. Daarvan is 60% beschikbaar voor partneralimentatie.

Overigens hebben kinderen voorrang op alle onderhoudsgerechtigden. Indien dus sprake is van minderjarige kinderen waarvoor tevens een onderhoudsverplichting bestaat, dan wordt eerst de kinderalimentatie vastgesteld. Wanneer er dan nog wat overblijft, dan kan het resterende bedrag voor partneralimentatie worden aangewend.

Wilt u in via mediation in overleg tot afspraken over partneralimentatie komen of heeft u een advocaat nodig om een alimentatieprocedure te starten? Neem dan contact op met onze gespecialiseerde advocaat en familiemediator.

Looptijd van partneralimentatie

De alimentatieverplichting duurt maximaal 12 jaar wanneer sprake is van een huwelijk met kinderen of een kinderloos huwelijk dat langer dan 5 jaar heeft geduurd. Wanneer er geen kinderen uit het huwelijk geboren zijn en het huwelijk heeft korter dan 5 jaar geduurd, dan is de duur van de alimentatieverplichting maximaal gelijk aan de duur van het huwelijk.

Een alimentatieverplichting kan eerder eindigen wanneer de onderhoudsgerechtigde voldoende eigen inkomen genereert om in de eigen behoefte te voorzien of indien deze met een ander trouwt, een geregistreerd partnerschap aangaat of gaat samenwonen.