Letselschade door schermvliegen, aansprakelijkheid vliegschool?

Letselschade door schermvliegen: Aansprakelijkheid voor ongeluk met letselschade van vliegschool/instructeur voor gevolgen ongeval bij schermvliegen?

Letselschade door schermvliegen

Eiser heeft bij bij gedaagde een aantal cursussen gevolgd voor schermvliegen. In eerste instantie de introductiecursus en daarna een behoorlijk aantal oefenvluchten en hoogtevluchten. Bij een van de hoogtevluchten in het buitenland is eiser bij het starten over de rand van de startplaats naar beneden gevallen. Hij is gevallen op een weg circa 10 meter lager. Eiser heeft ernstige letselschade opgelopen aan benen en rug.

Tijdens deze vlucht werd het letselschade slachtoffer begeleid door gedaagde, die instructeur is van het bedrijf dat cursussen schermvliegen geeft.

Aansprakelijkheid letselschade vlieginstructeur

Eiser houdt de vlieginstructeur, althans de onderneming, aansprakelijk voor het ontstaan van het ongeluk en de daardoor opgelopen ernstige verwondingen. De rechtbank Almelo -waar de zaak in eerste aanleg diende- gelast een voorlopig deskundigenonderzoek naar de oorzaak van het ongeluk. Door de rechter Almelo wordt een voormalig vliegschoolinstructeur tot deskundige benoemd.

De deskundige brengt rapport uit en bericht goed bekend te zijn met de startlocatie. Hij achtte het niet noodzakelijk om de startplaats te bekijken.

In zijn rapportage geeft hij aan dat de startplek geschikt voor minder ervaren vliegers mits de windsnelheid en windrichting juist zijn. Wijken deze af, dan betreft het een gevaarlijke startplek. Het is niet meer te achterhalen hoe de specifieke situatie is geweest op het moment van het ongeval. Dit mede omdat ieder dalsysteem of helling zijn eigen bijzonderheden kent en niet in zijn algemeenheid feitelijke informatie van andere hellingen over de weersomstandigheden is over te zetten. De weer- en windomstandigheden zijn erg lokaal.

De helling waarop het ongeval gebeurde heeft als eigenaardigheid dat de startlengte kort is. Dit maakt dat bij weinig of te veel wind het een ongeschikte startplek is voor beginnende schermvliegers, maar ook dat vrijwel niet een ingezette start valt af te breken.

Als technische oorzaak van het ongeval noemt de deskundige drukverlies in het scherm. Hierdoor neemt de draagkracht af en vliegvermogen af. Dit kan gebeuren door een te grote of te kleine invalshoek of door het inklappen van een deel van het scherm. Als oorzaken kunnen verandering van windsnelheid en windrichting worden geduid.
De enige getuige verklaart dat door te heftig remmen er een te grote invalshoek ontstond waardoor de draagkracht wegviel en niet aan vliegen toekwam.

Deskundigenbericht

Het slachtoffer wordt niet meer beschouwd als een beginnend vlieger, maar een leerling in opleiding en ook niet als ervaren.
Aldus de deskundige staat de locatie waar het ongeluk gebeurde er bekend om dat er soms een hevige wind kan staan, dit vereist een goede techniek. De techniek wordt over het algemeen niet beheerst door leerlingen van het niveau als het slachtoffer met letselschade. De startlocatie waar het ongeluk gebeurde is alleen geschikt voor een leerling in opleiding mits de windkracht en windrichting dat toelaten.

De rechtbank in Almelo concludeert aan de hand van het deskundigenbericht dat gedaagde niet aansprakelijk is voor het ongeluk en wordt niet veroordeeld de letselschade te vergoeden. Het verzoek van eiser tot het betalen van een voorschot op de schadevergoeding wordt afgewezen.

Eiser in hoger beroep Arnhem

Eiser komt op tegen dit vonnis en stelt hoger beroep in bij het hof Arnhem. Door het hof wordt allereerst vastgesteld dat partijen het er over eens zijn dat het Nederlands recht wordt toegepast, dit ondanks dat het ongeluk gebeurde in het buitenland.

In hoger beroep bij het hof Arnhem stelt eiser allereerst dat de startplaats ongeschikt was voor piloten zonder behoorlijke ervaring.
Het hof Arnhem stelt vast dat eiser in hoger beroep reeds een aantal oefenvluchten had gemaakt. Eiser in hoger beroep voldeed ruimschoots aan de ervaring voor Brevet 1. Ook voldeed eiser in hoger beroep aan de theoretische vereisten om de vlucht in te mogen gaan. De opleidingsinstantie is verantwoordelijk voor de beoordeling of eiser voldeed aan de vereiste praktijkervaring en theoretisch niveau. Het hof gaat er vanuit dat dit het geval was en eiser voldeed aan de voorwaarden om door te gaan voor Brevet 2.

Eiser wordt aangemerkt als een (startend) Brevet 2-cursist, en niet als een beginner. Het hof verwijst vervolgens naar de passage van de deskundige waarin hij concludeert dat de startplaats waar het ongeluk met letselschade gebeurde ook geschikt kan zijn voor beginners. Dit is afhankelijk van de windkracht en windrichting. Er is geen reden om te twijfelen aan deze stelling over de geschiktheid van de startplaats. Ook het bij de startplaats geplaatste bord sluit het starten voor beginners niet uit. Dat de startplaats kort is doet daar kennelijk niet aan af. Het hof Arnhem verwerpt de stelling van eiser dat de startplaats niet geschikt is voor beginnende vliegers.

Bewijslast eisende partij

Vervolgens komen de weersomstandigheden aan de orde. Deze zijn van doorslaggevend belang voor de beoordeling of al dan niet had mogen worden gestart door eiser in hoger beroep. Partijen verschillen van mening over de vraag of er te veel wind stond om te starten.
De deskundige heeft niet kunnen achterhalen wat de weersomstandigheden waren ten tijde van het ongeluk. De factor dat pas 7.5 jaar na het ongeluk dit moet worden achterhaalt zal hierin zeker een factor zijn.

Letselschade door schermvliegen
Letselschade door schermvliegen

In beginsel is het aan de eisende partij om te stellen en bewijzen dat de weersomstandigheden ongeschikt waren om te starten en dat een redelijk handelend en bekwaam vliegschool of vliegschoolinstructeur een cursist met de ervaring van eiser niet had mogen laten starten. Eiser in hoger beroep, het slachtoffer met letselschade, slaagt er niet in voldoende meteorologische gegevens te achterhalen waaruit de windkracht en windrichting blijken. De rechter Arnhem acht het onvoldoende om uit te gaan van de weersomstandigheden van een nabij gelegen plaats. Dit omdat -zoals de deskundige bepleit- ieder dalsysteem zijn eigenaardigheden kent. In zijn algemeenheid zeggen weersomstandigheden van het ene dal niets over de concrete weersomstandigheden in een ander nabij gelegen dal.

Ook het proces-verbaal van de ter plaatse gekomen “gendarme” geeft geen uitsluitsel over de weersomstandigheden ten tijde van het ongeval.

Tenslotte voert eiser in hoger beroep nog aan dat er druk op hem werd uitgeoefend om te starten door de instructeur. Hij zou zich hebben laten overreden. Hoewel eiser had aangegeven niet te willen starten heeft de instructeur hem op autoritaire wijze heeft beïnvloed om te starten.
Gedaagde betwist dat er fysieke of psychische druk op eiser is uitgeoefend. Het betrof een optionele vlucht. Niet komt vast te staan dat eiser werd ‘aangemoedigd’ te vliegen, het hof zal deze stelling dan ook passeren.

Vonnis hof Arnhem

Kort gezegd concludeert het hof Arnhem dat eiser in hoger beroep onvoldoende feiten en omstandigheden heeft aangevoerd die de eis kunnen dragen dat gedaagde de zorgplicht schond en aansprakelijk is te houden voor het ongeluk en de letselschade die daardoor ontstond. Hoofdzakelijk loopt het stuk op het ontbreken van bewijs over de weersomstandigheden.

Hulp bij letselschade van letselschade advocaat

Bent u gewond geraakt door een ongeluk? Lijdt u letselschade en wilt u advies van een gespecialiseerde letselschade advocaat of letselschadespecialist. Bel ons voor vrijblijvend advies. Wij helpen u graag. Ons gratis nummer is 0800-44 55 000.

Ook kunt u onderstaand een bericht achterlaten, zodat wij contact met u kunnen opnemen.

Uw naam
Uw telefoonnummer
Uw e-mailadres
Bron: Hof Arnhem, zaaknummer gerechtshof 200.183.893, 24 april 2018