De kantonrechter te Haarlem deed onlangs een interessante uitspraak over de berekening van de transitievergoeding voor een gedeeltelijk arbeidsongeschikte (voormalig) ambtenaar.

De uitspraak heeft betrekking op een (voormalig) ambtenaar. Deze ambtenaar maakte aanspraak op een transitievergoeding. De ambtenaar stelde dat bij de berekening van de transitievergoeding een eerdere halvering van zijn arbeidsuren moet worden meegenomen. De kantonrechter wees de vordering af, omdat de ambtenaar minder ging werken voordat er sprake was van een arbeidsovereenkomst. Bij de halvering van de arbeidsuren was de werknemer nog ambtenaar. Omdat er op dat moment geen sprake was van een arbeidsovereenkomst heeft de (voormalig) ambtenaar geen recht op een transitievergoeding op grond van deze teruggang in arbeidsuren.

In dezelfde situatie heeft de werknemer met een arbeidsovereenkomst mogelijk wel recht op een transitievergoeding over de uren die de werknemer minder gaat werken. De duivel zit in de details. Voor werkgever en werknemer is de bijstand van een arbeidsrecht advocaat bij een (voorgenomen) ontslag daarom altijd verstandig.

 Transitievergoeding en normalisering rechtspositie ambtenaren

Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding

Artikel 2 van het Besluit loonbegrip vergoeding aanzegtermijn en transitievergoeding geeft een definitie van loon en arbeidsduur voor de berekening van een transitievergoeding. Uit de definitie blijkt duidelijk dat voor een transitievergoeding belangrijk is dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst:

“het bruto uurloon vermenigvuldigd met de overeengekomen arbeidsduur per maand, of, indien geen of een wisselende arbeidsduur is overeengekomen, het bruto uurloon vermenigvuldigd met het gemiddelde aantal gewerkte uren per maand:
a.in de twaalf maanden voorafgaand aan het moment waarop de arbeidsovereenkomst eindigt; of
b.indien de duur van de arbeidsovereenkomst korter was dan twaalf maanden, gedurende de duur van de arbeidsovereenkomst.”

Normalisering rechtspositie ambtenaren

Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. Ambtenaren hebben sinds 1 januari 2020 een arbeidsovereenkomst net als alle andere werknemers in het bedrijfsleven. De verschillende rechtspositieregelingen zijn vervangen door cao’s. De wijziging betekent voor ambtenaren ook dat een ontslagprocedure door het UWV en de burgerlijk rechter (kantonrechter) en niet langer in bezwaar en door een bestuursrechter wordt afgehandeld. 

Uitzondering Wet Normalisering rechtspositie ambtenaren

Niet alle ambtenaren vallen overigens onder de wet Normalisering rechtspositie ambtenaren. Een aantal ambtenaren heeft dus nog steeds een aanstelling en geen arbeidsovereenkomst. Onder andere de volgende ambtenaren houden hun oude rechtspositie:

  • Politie;
  • Justitie;
  • Defensie;
  • Rechters en officieren van justitie;
  • Politieke ambtsdragers (o.a. kamerleden, burgemeesters, wethouders).

Bijzondere rechtspositie ambtenaren

Alle ambtenaren hebben op grond van de Ambtenarenwet overigens nog steeds een bijzondere rechtspositie. De Ambtenarenwet bevat onder andere regels over nevenfuncties (en het melden van nevenfuncties), geheimhouding en het verbod om giften aan te nemen.

Persoonlijk advies

Voor werkgevers en werknemers brengt een ontslag onzekerheid mee. Beiden willen en moeten verder. Een overeenkomst is vaak de beste oplossing voor beiden. Om verrassingen uit te sluiten en alles naar tevredenheid af te ronden is juridische bijstand belangrijk. Neem contact op voor vrijblijvend overleg. Bel naar 0800-4455000, stuur een e-mail naar info@hijink.com of gebruik het onderstaande contactformulier.

    Uw naam
    Uw telefoonnummer
    Uw e-mailadres

    Bron: ECLI:NL:RBNHO:2020:11624