Elektrische bakfiets fietst tegen het verkeer in

Een vrouw rijdt in het donker met een elektrische bakfiets tegen het verkeer in op een fietspad. Bij een aanrijding met een maaltijdbezorger op een fiets raakt de vrouw zwaar gewond. De bestuurster van de bakfiets kan zich het ongeval niet herinneren. De rechtbank Noord-Holland beoordeelt of de maaltijdbezorger (gedeeltelijk) aansprakelijk is voor de letselschade van het slachtoffer op de bakfiets.

De bakfietsster stelt de maaltijdbezorger aansprakelijk. De fietser betaalt (een deel van) de schade als er bewijs is waaruit blijkt dat de fietser een verwijt kan worden gemaakt.

Uiteindelijk wijst de rechter de letselschadeclaim af. Er is geen bewijs dat de fietser iets fout deed.

Lid van het Nationaal Keurmerk Letselschade en de branchevereniging Nederlandse Letselschade Experts

Tegen het verkeer in op de bakfiets

Het roept misschien weerstand op om iemand aansprakelijk te stellen nadat je op een bakfiets tegen het verkeer in rijdt op een smal fietspad. Maar de berijder van de bakfiets loopt onder andere hersenletsel op, waardoor veel letselschade ontstaat. De werkgever van de maaltijdbezorger is aansprakelijk voor de schade en is hiervoor verzekerd. Ook als er duidelijk sprake is van schuld aan uw zijde is het dus verstandig uw mogelijkheden op schadevergoeding te bespreken na een verkeersongeval.

Rijsnelheid fietser en bakfiets

De bakfietsster stelt dat de tegenpartij te hard reed. De maaltijdbezorger gebruikt een Uber app. Hieruit blijkt dat de man 21,5 km/u reed. De rijsnelheid van de bakfiets is onbekend. 21.5 is volgens de rechter geen bijzonder hoge snelheid. De bakfiets was elektrisch en reed mogelijk een gelijkaardige snelheid. De rechter stelt vast dat er geen sprake is van te hard rijden door de maaltijdbezorger:

“Uit de Uber-app kon worden afgelezen dat [verweerder] niet harder dan 21,5 km/u heeft gefietst. De rechtbank is van oordeel dat dit geen bijzondere snelheid is en dat hij dus niet “te hard” heeft gereden. Daarbij merkt de rechtbank op dat [verzoekster] zelf op een elektrische fiets reed, zodat het niet ondenkbaar is dat zij met een vergelijkbare snelheid heeft gereden. Overigens is de snelheid van [verzoekster] niet komen vast te staan. Verder staat voor de rechtbank vast dat [verweerder] over een recht en overzichtelijk fietspad fietste. De rechtbank is van oordeel dat hem gelet op deze omstandigheden geen verwijt kan worden gemaakt.”

Gevaar van het gewicht van een bakfiets

De bakfiets roept vragen op als het gaat over aansprakelijkheid. De kinetische energie van een elektrische bakfiets met berijder is bij een snelheid van 23 km/u ongeveer gelijk aan de kinetische energie van een gewone fietser bij een snelheid van 30 km/u. Als er een kind van 20 kilo in de bakfiets zit, moet de fietser 33 km/u rijden om dezelfde impact te veroorzaken. Dit gevaar wordt meegenomen bij het afwegen van de ernst van een verkeersfout.

Verlichting aangereden fietser

De bakfietsster stelt dat de tegenpartij slecht verlicht was. Vast staat dat de fietser een voorlamp had. Onduidelijk is hoeveel licht de lamp gaf. De eiser moet de aansprakelijkheid van de tegenpartij aantonen. De rechter wijst dit standpunt af, omdat niet is aangevoerd welke regel de fietser overtreedt. De rechter kan daarom niet vaststellen of de fietser een fout beging:

“Naar het oordeel van de rechtbank doet het feit dat de verlichting van [verweerder] knipperde niet af aan de aanwezigheid daarvan. Hoewel niet vast staat hoe fel de verlichting was, staat wel vast dat [verweerder] verlichting voerde. [verzoekster] heeft gesteld dat de verlichting van [verweerder] niet fel genoeg was. Zij heeft echter niet gesteld of onderbouwd aan welke norm de felheid van fietsverlichting diende te voldoen. De rechtbank kan dus niet beoordelen of de verlichting van [verweerder] daaraan voldeed. Het enkele feit dat [naam] de voorverlichting van [verweerder] niet heeft opgemerkt toen hij haar passeerde, kan geen steun geven aan het oordeel dat de verlichting van [verweerder] onvoldoende fel was om op een veilige manier aan het verkeer deel te nemen.”

Wegpositie

De fietser reed aan de rechterkant van het fietspad. De rechter stelt daarom vast dat er voldoende ruimte moet zijn geweest. De fietser kan niet verweten worden dat hij onvoldoende ruimte liet voor tegenliggers:

“Tussen partijen niet in geschil dat [verweerder] aan de rechterkant van het fietspad reed, zodat hierin geen fout van hem kan worden gevonden. Een eventuele tegenligger – die daar niet mocht fietsen – had hem in beginsel kunnen passeren.”

Aanrijding met een brede bakfiets op een smal fietspad

Een bakfiets is ongeveer 65 tot 90 cm breed. De breedte van het fietspad is onbekend. De plaats van het ongeval staat niet in het vonnis. Het vonnis bevat wel een Google Streetview afbeelding. Het fietspad ziet er smal uit. De Nederlandse wet bevat geen regels voor de minimale breedte van een fietspad. Het advies is een minimale breedte van 1,25 meter voor eenrichtingsfietsstroken (hier is sprake van een fietspad).

We nemen aan dat een fietser ongeveer 75 cm nodig heeft om veilig te fietsen en 25 cm (schuw)afstand houdt tot de weg rand. Als twee fietsers elkaar passeren is de schuwafstand 50 cm. De rechter overweegt dat de vrouw niet uiterst rechts reed. Aan die kant van het fietspad staan overigens lantaarnpalen tussen het fietspad en de rijbaan.

Als we uitgaan van een zeer smalle bakfiets van 65 cm en een schuwafstand van 25 cm (afstand zijkant bakfiets tot de rand van het fietspad). Dan neemt een smalle bakfiets 90 cm in beslag en blijft er hoe dan ook weinig ruimte over op het fietspad. De rechter gaat verder niet in op de ruimte op het fietspad. Dat de verantwoordelijkheid van de bakfietsster niet uitgebreider aan de orde komt, hangt waarschijnlijk samen met de ernst van het opgelopen letsel:

“Ten aanzien van de positie van [verzoekster] op het fietspad staat vast dat zij niet uiterst rechts reed. De exacte positie van [verzoekster] staat niet vast. Het is niet bekend of zij in het midden van het fietspad reed of dat zij bijvoorbeeld van de stoep af gereden kwam.”

Elektrische bakfiets fietst tegen het verkeer in, Rechtbank Noord-Holland 26 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2393, elektrische bakfiets aanrijding, gewicht elektrische bakfiets
Op veel plekken in Nederland is weinig ruimte voor brede fietspaden. De rechter gaat in deze uitspraak helaas niet in op de bijzondere eigenschappen van een elektrische bakfiets.

Op de telefoon kijken tijdens het fietsen

De maaltijdbezorger keek voor het ongeval op de routeplanner op zijn telefoon. De telefoon zat in een houder. De fietser verklaart dat hij misschien een seconde naar de route keek. De rechter vindt even naar de route kijken onvoldoende om de aansprakelijkheid vast te stellen:

“Voor de rechtbank staat wel vast dat [verweerder] vlak voor het ongeval op zijn telefoon keek. Ook staat vast dat de telefoon in een daarvoor bedoelde houder zat en dat [verweerder] de telefoon dus niet in zijn hand vasthield. Hoe lang hij op zijn telefoon heeft gekeken staat niet vast. [verweerder] heeft bij het voorlopig getuigenverhoor verklaard dat hij “misschien een seconde” op zijn routeplanner heeft gekeken. Dit is niet betwist. De rechtbank acht het feit dat [verweerder] vlak voor het ongeval kort op zijn routeplanner keek onvoldoende om aansprakelijkheid aan te nemen, mede gelet op de andere beschreven omstandigheden.”

Iedereen fietst hier tegen de richting in

De vrouw stelt dat iedereen hier tegen het verkeer in fietst. Dit is algemeen bekend in de buurt, daarom moest de maaltijdbezorger hier rekening mee houden. De rechter wijst dit standpunt af, omdat de fietser niet in de buurt woont. Dat ter plekke veel mensen tegen het verkeer in fietsen, is geen feit van algemene bekendheid en daarom niet iets waar iedereen rekening mee moet houden:

“De rechtbank kan geen bijzondere betekenis hechten aan het feit dat het voor mensen die aan, of in buurt van, [adres] wonen een notoir feit is dat er ter plaatse vaak tegen de richting in wordt gefietst. [verweerder] woont niet in de buurt van [adres] en het betreft geen feit van algemene bekendheid.”

Eigen verlichting bakfietsster

De vrouw stelt dat de maaltijdbezorger slecht zichtbaar was. De getuige en de maaltijdbezorger stellen beiden dat zij de bakfiets niet zagen aankomen. Dit wijst er mogelijk op dat de bakfiets geen verlichting voerde. Alhoewel deze overweging voor de beslissing onbelangrijk is, benadrukt de rechter hiermee dat er mogelijk sprake is van schuld aan de zijde van de eisende partij:

“De rechtbank constateert tenslotte dat niet vast staat of [verzoekster] tijdens het ongeval verlichting voerde op haar fiets. Zowel [verweerder] als [naam] hebben verklaard dat zij [verzoekster] in het geheel niet hebben zien aankomen. UberEats en AXA XL verwijzen naar het rapport van Baan Hofman waaruit volgt dat de bakfiets over dusdanige verlichting beschikt dat als deze aanstaat, deze voor alle weggebruikers duidelijk te zien moet zijn. Nu zowel [verweerder] als [naam] de bakfiets voor de aanrijding niet hebben gezien, is het volgens UberEats en AXA XL aannemelijk dat de verlichting van de bakfiets niet aan stond. [verzoekster] herinnert zich niets van het ongeval en heeft daarom alleen kunnen verklaren dat zij haar verlichting normaal altijd aanzette. Dit is bevestigd door [echtgenoot van verzoekster] .”

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade

Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@hijink.com of vul het onderstaande contactformulier in.

    Uw naam
    Uw telefoonnummer
    Uw e-mailadres

    Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Noord-Holland 26 februari 2026, ECLI:NL:RBNHO:2026:2393

    Heeft u recht op een letselschade vergoeding?

    Test het hier!

    Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
    HIJINK Advocaten