Letsel bij zij aanrijding met stilstaande auto op vluchtstrook: Een werknemer is op weg naar het werk als er een waarschuwingslampje gaat branden op het dashboard en de auto vermogen verliest. De man zet de auto stil op de vluchtstrook. Een andere auto schampt met een snelheid van 100 km/uur tegen de zijkant van de stilstaande auto. De bestuurder bezoekt direct na de aanrijding zijn huisarts. Als de bestuurder een vergoeding vraagt voor zijn letselschade neemt de tegenpartij het standpunt in dat de bestuurder geen letsel kan hebben omdat hij niet in de auto zat tijdens de aanrijding.
De rechter beslist uiteindelijk dat er voldoende bewijs is dat de bestuurder tijdens het verkeersongeval in de auto zat. Hiervoor kijkt de rechter onder andere naar de eigen verklaring van het slachtoffer, een verklaring van een medewerker van Rijkswaterstaat en het feit dat de man direct na de aanrijding zijn huisarts bezocht. Dat het schadeformulier onduidelijk is over de vraag of er mensen gewond raakten, berust volgens de rechter op een misverstand.


Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bewijs dat bestuurder in auto zat tijdens zij aanrijding
Voor het bewijs dat de bestuurder in de auto zat tijdens de aanrijding kijkt de rechter allereerst naar de eigen verklaring van het slachtoffer. Deze verklaring wordt ondersteunt door ander bewijs. Een medewerker van Rijkswaterstaat verklaart over het gesprek dat hij vlak na de aanrijding met de bestuurder voerde. De man bezocht bovendien diezelfde middag zijn huisarts en vertelde ook daar zijn verhaal:
“De verklaring van [verzoekende partij] vindt steun in de door hem overgelegde stukken. Dit geldt niet voor de verklaring van [getuige] . Daarom zijn, met de door [verzoekende partij] onder ede afgelegde verklaring en de door hem overgelegde stukken, voldoende feiten en omstandigheden komen vast te staan waaruit kan worden afgeleid dat hij ten tijde van het ongeval van 16 augustus 2023 in de auto zat.”
Vakje (geen) gewonde(n), ook licht gew. aangekruist op schadeformulier
Bij de vraag op het schadeformulier of er gewonden zijn is nee aangekruist en zijn de woorden ‘ja’ en ‘nee’ bijgeschreven. Het formulier is drie dagen na de aanrijding ingevuld:
“[verzoekende partij] en [getuige] hebben drie dagen na het ongeval een schadeformulier ingevuld en ondertekend (productie 8 van het verzoekschrift). Hieronder staat een afbeelding van het vakje: “Gewonde(n), ook licht gew.”, waarbij het vakje ‘nee’ is aangekruist, aan de rechterkant van dit vakje ‘ja’ is geschreven en vervolgens ‘nee’ is bijgeschreven. Het vakje “ja” is niet aangekruist.”
Is de informatie over het gewond raken op het SAF doorslaggevend?
Partijen hebben allebei een andere lezing over het invullen van het schadeformulier. De rechter vindt dat uit het SAF in ieder geval niet blijkt dat de bestuurder niet in de auto zat. Er is volgens de rechter sprake van een misverstand bij het invullen. Deze lezing onderbouwt de rechter met het feit dat het slachtoffer direct na het ongeval en voor het invullen van het schadeformulier zijn huisarts bezocht:
“De rechtbank ziet er eerder een misverstand in dan een leugen, mede en opnieuw gelet op de omstandigheid dat [verzoekende partij] op de dag van het ongeval naar zijn huisarts is gegaan.”

Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht
In artikel 164 lid 2 Rv stond dat de bewijskracht van een verklaring van een partijgetuige beperkt was. Deze bepaling is met de invoering van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht geschrapt. De rechter kan daarom in zaken die na 1 januari 2025 aanhangig zijn gemaakt, zelf bepalen welke waarde een verklaring van een partijgetuige heeft:
“Met de inwerkingtreding van de Wet vereenvoudiging en modernisering bewijsrecht per 1 januari 2025, is de beperkte bewijskracht van een partijgetuigenverklaring afgeschaft. Aan de partijgetuigenverklaring van [verzoekende partij] komt daarom vrije bewijskracht toe net als aan de verklaring van [getuige] , die als gewone getuige wordt gezien.”
Aanrijding op de vluchtstrook na het uitstappen
Het slachtoffer stond in dit geval stil op de vluchtstrook, maar zat nog in de auto. Bij een aanrijding op de vluchtstrook nadat een bestuurder of passagier uitstapt, is er sprake van een aanrijding met een voetganger. In dat geval kan een beroep worden gedaan op de bescherming voor zwakke verkeersdeelnemers in artikel 185 WVW.
Gratis rechtshulp en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@hijink.com of laat uw gegevens achter door onderstaande contactformulier in te vullen.
Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Midden-Nederland 12 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:7741

