Plotseling hard remmen voor een hond op de snelweg

Een bestuurder gaat op de snelweg plotseling hard op de rem staan. Hierdoor ontstaat een achter aanrijding. De bestuurder die plotseling remde moet aantonen dat hiervoor een verkeersnoodzaak bestond.

De bestuurder die hard remde, verklaart dat er een hond op de snelweg liep. De rechter stelt vast dat plotseling hard remmen bij 130 km uur is toegestaan als er geen andere mogelijkheid bestaat. In dit geval leverde de remmende bestuurder echter geen bewijs van een verkeersnoodzaak om te remmen. Dat er een hond op of in de buurt van de snelweg liep is onvoldoende om deze noodzaak aan te tonen. De rechter wijst de letselschadeclaim daarom af. De plotseling voor een hond remmende bestuurder is zelf aansprakelijk voor de schade van het verkeersongeval:

“Het hof is het eens met het oordeel van de rechtbank dat niet is gebleken van de noodzaak om een noodstop te maken op een snelweg waar beide auto’s met een snelheid van 130 kilometer per uur reden. Het enkele feit dat er een hond op of in de buurt van de weg liep is daartoe niet voldoende.”

Lid van het Nationaal Keurmerk Letselschade en de branchevereniging Nederlandse Letselschade Experts

Bestuurder moet aantonen dat plotseling hard remmen noodzakelijk was

Bij deze aanrijding staat vast dat de voorste bestuurder plotseling hard remde. Hard remmen op de snelweg is gevaarlijk en daarom onrechtmatig als hierdoor een aanrijding ontstaat. Hard remmen is niet onrechtmatig als het remmen noodzakelijk was. Op de remmende bestuurder rust daarom de bewijslast van de noodzaak van het remmen:

“Plotseling hard remmen en (vrijwel) tot stilstand komen op een autosnelweg waar met hoge snelheid wordt gereden is gevaarlijk rijgedrag en in beginsel onrechtmatig, tenzij komt vast te staan dat er in redelijkheid geen andere mogelijkheid bestond. Daarvan is hier niet gebleken. De bewijslast rust op de partij die zich op deze uitzondering beroept.”

Onduidelijkheid over de positie van de hond betekent dat er geen noodzaak is aangetoond

De remmende bestuurder moet de noodzaak van het remmen aantonen. Remmen is bijvoorbeeld noodzakelijk als hierdoor een grote gevaar wordt voorkomen. Omdat onduidelijk is waar de hond zich precies bevond is dit bewijs niet geleverd:

“Uit de (toelichting op) grief I blijkt dat ook in hoger beroep niet wordt bestreden dat onduidelijk is waar de hond zich bevond op het moment dat de Kia hard heeft afgeremd waardoor de achterop komende Renault haar niet meer geheel heeft kunnen ontwijken. Er zijn echter geen feiten en omstandigheden gesteld of gebleken waaruit de noodzaak als vorenbedoeld kan volgen. Uit de omstandigheden dat de bestuurder van de Kia niet over een geldig rijbewijs beschikte en alcohol had gedronken (volgens zijn verklaring bij de politie een uur voor het ongeval twee blikjes bier) leidt het hof bovendien (los van het vorenstaande) het vermoeden af dat aannemelijk is dat deze bestuurder gevaarlijk dan wel onvoorzichtig rijgedrag heeft vertoond, waardoor het ongeval is veroorzaakt en TVM heeft te weinig gesteld om dit vermoeden te ontzenuwen.”

Plotseling hard remmen voor een hond op de snelweg,Gerechtshof Den Haag 29 juli 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2955, aanrijding hond op snelweg, loslopende hond op snelweg

Plotseling hard remmen en geleidelijk afremmen

In dit geval ontstaat er gevaar door plotseling hard te remmen bij hoge snelheid. Bij de beoordeling van een achteraanrijding zijn de voorzienbaarheid van het remmen en de wijze waarop is geremd belangrijk. Remmen voor een dier op de weg is dus toegestaan, maar mag geen gevaar veroorzaken.

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade

Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@hijink.com of vul het onderstaande contactformulier in.

    Uw naam
    Uw telefoonnummer
    Uw e-mailadres

    Bron: www.rechtspraak.nl Gerechtshof Den Haag 29 juli 2025, ECLI:NL:GHDHA:2025:2955

    Heeft u recht op een letselschade vergoeding?

    Test het hier!

    Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
    HIJINK Advocaten