Schending waarheidsplicht artikel 21 Rv: In een procedure bij de rechter moeten partijen de feiten volledig en naar waarheid aanvoeren. De rechter kan consequenties verbinden aan onwaarheden in processtukken of gesjoemel met bewijsmateriaal. In dit geval betekent een scheiding van de waarheidsplicht dat de rechter de eiser niet toelaat om bewijs te leveren van de door hem ingenomen standpunten. De vordering wordt daarom afgewezen.
De eiser geeft in de dagvaarding een verkeerde voorstelling van de verkeerssituatie ter plaatse. De eiser verzwijgt dat dat er ter plaatse een inrijverbod gold, liegt over de aanwezigheid van een stoplicht, past een schadeformulier eenzijdig aan en voorziet het schadeformulier van een valse handtekening. De rechter oordeelt dat er sprake is van een schending van de waarheidsplicht in artikel 21 Rv en bepaalt als gevolg hiervan dat de eiser geen mogelijkheid krijgt om bewijs te leveren van de juistheid van de door hem ingenomen standpunten.


Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade


Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Aanrijding auto fatbike op weg met inrijdverbod
De aanrijding tussen een auto en fatbike vindt plaats op een kruispunt. De automobilist mocht ter plaatse niet rijden en negeerde een inrijverbod. Dit vermeldt de eiser echter niet in de dagvaarding. Bij het kruispunt staan geen verkeerslichten voor auto’s, maar de bestuurder stelt wel dat hij door groen reed. Daarnaast voegt de eiser informatie toe aan een gezamenlijk ingevuld schadeformulier en vervalst de eiser een handtekening van de wederpartij.
Wat is de waarheidsplicht in artikel 21 Rechtsvordering
De waarheidsplicht staat in artikel 21 Rechtsvordering. Partijen zijn in een rechtszaak verplicht om de feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Artikel 21 Rv bepaalt dat een rechter aan een schending van de waarheidsplicht consequenties mag verbinden die de rechter redelijk acht:
Artikel 21 Rechtsvordering:
Partijen zijn verplicht de voor de beslissing van belang zijnde feiten volledig en naar waarheid aan te voeren. Wordt deze verplichting niet nageleefd, dan kan de rechter daaruit de gevolgtrekking maken die hij geraden acht.

Schending waarheidsplicht artikel 21 Rv
De eiser ‘liegt’ over de verkeerssituatie ter plaatse en vervalst bewijsmateriaal (schadeformulier). De rechter stelt daarom vast dat er sprake is van een schendig van artikel 21 Rv. De bestuurder van de fatbike is eventueel aansprakelijk als hij door rood reed, maar de rechter bepaalt dat de eiser geen gelegenheid krijgt om hiervan bewijs te leveren. De eiser kan daarom de aansprakelijkheid van de fatbiker niet aantonen en de vordering wordt afgewezen:
‘Aangezien [eiser] zich erop beroept dat [gedaagde] aansprakelijk is op grond van een door [gedaagde] gemaakte verkeersfout, is het aan [eiser] om te stellen, en zo nodig te bewijzen, dat [gedaagde] door rood is gefietst. Gelet op de gemotiveerde betwisting door [gedaagde] staat vooralsnog niet vast dat hij door rood is gefietst. Dat zou betekenen dat [eiser] daarvan bewijs moet leveren. De kantonrechter is echter van oordeel dat [eiser] in deze procedure de waarheidsplicht van artikel 21 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) heeft geschonden en dat [eiser] daarmee zijn recht heeft verspeeld om toegelaten te worden tot bewijslevering. De kantonrechter licht dat hierna toe.’
Gevolgtrekking die de rechter geraden acht bij schending waarheidsplicht
De rechter heeft een vergaande vrijheid om te bepalen welke consequentie er verbonden is aan een schending van de waarheidsplicht. Daarbij kijkt de rechter onder andere naar de ernst van de schending. In ernstige gevallen wijst de rechter de vordering af wegens een schending van artikel 21 Rv.
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@hijink.com of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Amsterdam 31 oktober 2025, ECLI:NL:RBAMS:2025:9464


