Het slachtoffer van een ernstig ongeval kan niet zelfstandig wonen. De kosten van de woonruimte en maaltijden worden betaalt vanuit de Wet Langdurige Zorg. De aansprakelijke partij wil bij het berekenen van de schade rekening houden met de kosten die het slachtoffer bespaart. Het slachtoffer betaalt immers niet voor woonruimte en de maaltijden. Daarom zou er sprake zijn van voordeel dat verrekend moet worden met de schadevergoeding.
De rechter besluit uiteindelijk dat er inderdaad sprake is van een te verrekenen voordeel. Het slachtoffer betaalt niet voor woning en maaltijden. De aansprakelijke partij mag daarom rekening houden met de kosten van het huren van een kamer met gedeelde voorzieningen en een redelijke vergoeding voor de maaltijden.


Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Verblijf in tehuis na aanrijding streekbus
Een elf jarig kind loopt in 1999 ernstig hersenletsel op bij een aanrijding met een streekbus. Het letsel is blijvend. Het slachtoffer raakt blijvend arbeidsongeschikt en gaat wonen in een gezinsvervangend tehuis. De woning, verzorging en maaltijden worden vergoed vanuit de WLZ (wet langdurige zorg). De tegenpartij stelt zich op het standpunt dat er sprake is van voordeel, omdat het slachtoffer. Het gerechtshof Den Haag beoordeelt of er bij het berekenen van de letselschadevergoeding rekening moet worden gehouden met de lagere kosten van levensonderhoud.
Wanneer kan voordeeltoerekening worden toegepast?
Voor voordeelstoerekening gelden voorwaarden. Het voordeel moet het directe gevolg zijn van het ongeval. Daarnaast beoordelen we of het redelijk is om het voordeel te verrekenen. Daarbij kijken we bijvoorbeeld naar de aard van de schadevergoeding en de aard van de aansprakelijkheid:
“De maatstaf bij de toepassing van voordeelstoerekening op de voet van artikel 6:100 BW houdt in dat primair moet worden vastgesteld dat er een condicio sine qua non-verband tussen de normschending en de gestelde voordelen bestaat en dat vervolgens aan de hand van de maatstaf van artikel 6:98 BW moet worden beoordeeld of het redelijk is om de voordelen te verrekenen (HR 8 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1483 (TenneT/ABB)”
Toetsing criteria voordeeltoerekening
De rechter stelt vast dat er een direct verband is tussen het ongeval en het voordeel. Doordat het slachtoffer in een tehuis woont, betaalt hij geen kosten voor een woning en krijgt hij gratis maaltijden. De rechter vindt het ook redelijk dat met dit voordeel rekening wordt gehouden:
“Het feit dat [betrokkene] , doordat hij niet op zichzelf kan wonen, verblijft in een gezinsvervangend tehuis, levert voor hem een besparing op in die zin dat hij geen kosten voor huisvesting en maaltijden hoeft te maken. Er is sprake van een condicio sine qua non-verband tussen het ongeval en deze besparing. Het is ook redelijk om met deze voorzieningen rekening te houden bij het vaststellen van de schade.“
Berekening voordeel van verblijf in tehuis
Als voordeel verrekening redelijk is, komt de vraag aan de orde waar het voordeel uit bestaat. Omdat het slachtoffer niet zelfstandig woont, is het volgens de rechter niet redelijk om uit te gaan van de kosten van een eengezinswoning. Het slachtoffer geniet immers niet van de voordelen van het wonen in een zelfstandige woning. Voor de berekening kan daarom volgens de rechter aansluiting worden gezocht bij de kosten van een kamer met gedeelde voorzieningen en een redelijke vergoeding voor de maaltijden:
“Het is echter niet redelijk om dit “voordeel” te berekenen door uit te gaan van wat een gemiddelde persoon als [betrokkene] , met het aan hem zonder verlies van verdienvermogen toegedichte inkomen, in normale omstandigheden redelijkerwijs aan huisvestiging had uitgegeven. Daar had immers in dat geval ook het voordeel van dergelijke huisvesting – het genot van het wonen in een eigen eengezinswoning – tegenover gestaan. Dit voordeel geniet [betrokkene] thans niet; hij woont in een gezinsvervangend tehuis met (hooguit) een eigen kamer en verder gedeelde voorzieningen. De voordeelstoerekening moet daarom redelijkerwijs worden beperkt tot de aan de huidige woonvorm van [betrokkene] toe te rekenen waarde. Partijen hebben zich nog niet uitgelaten over welke voorzieningen het precies gaat en ook niet over wat de daaraan te verbinden waarde zou zijn. Er zou kunnen worden gedacht aan de kosten van het huren van een kamer met gedeelde voorzieningen, nog aangevuld met een redelijke vergoeding voor de maaltijden. Het hof merkt daarbij op dat de aan de huisvesting van [betrokkene] verbonden verzorging (die ongetwijfeld kostbaar is) bij het bepalen van de waarde van de woonvorm moet worden ‘weggedacht’. [appellanten] vorderen immers geen schadevergoeding in verband met de kosten van verzorging en verpleging, dus er is geen grond voor voordeelstoerekening op dat punt. De hiervoor omschreven benadering brengt voorts mee dat de eigen bijdrage uit hoofde van de Wlz als schade voor vergoeding in aanmerking komt.”

Verzekeraar betaalt bijdrage WLZ
Bij letselschade ontstaan regelmatig zogenaamde regresvorderingen. De overheid betaalt in dit geval schade die voor rekening komt van de aansprakelijke verzekeraar. De overheid kan deze schade verhalen op de aansprakelijke partij. In dit geval betaalt de verzekeraar een vaste (geschatte) bijdrage aan de overheid voor de WLZ en blijft een regresvordering achterwege:
“In het Wlz-convenant is de collectieve afkoop van het Wlz-regresrecht geregeld via een door verzekeraars te betalen afkoopsom voor de te verwachten schadelast. Het Verbond van verzekeraars (hierna: het Verbond) heeft dit convenant gesloten namens de aansprakelijkheidsverzekeraars die lid zijn van het Verbond en ingetekend hebben. Het Zorginstituut Nederland heeft getekend namens de zorguitvoerders. Allianz is lid van het Verbond en heeft ingetekend op de collectieve afkoop. Dit betekent dat Allianz jaarlijks een geschat bedrag betaalt aan Wlz-zorg waarvoor haar verzekerden aansprakelijk zijn. Regres in individuele gevallen blijft daarom achterwege.”
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@hijink.com of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Gerechtshof Den Haag 24 maart 2026, ECLI:NL:GHDHA:2026:550

