Een fietser raakt in Amsterdam zeer ernstig gewond bij een ongeval met een tram. Is de GVB aansprakelijk? De rechter wijst de schadeclaim af vanwege een geslaagd beroep op overmacht. De trambestuurder kan geen verwijt worden gemaakt van het ontstaan van het ongeval, daarom is de GVB niet aansprakelijk.
De rechter wijst de schadeclaim uiteindelijk af. De trambestuurder kan geen verwijt worden gemaakt van het ontstaan van het ongeval, daarom is er sprake van overmacht. De trambestuurder paste de snelheid voldoende aan. De fietser werd niet aangereden door de tram, maar viel uit eigen beweging en raakte daarbij de tram. De trambestuurder hoefde geen rekening te houden met deze onverwachte fout van de fietser. Een waarschuwingssignaal had het ongeval niet voorkomen. De fietser had de tram namelijk al gezien.


Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Fietser valt tegen passerende tram
De fietser rijdt op de Marnixstraat op een fietssuggestiestrook tegen het verkeer in. De fietser neemt op dat moment afscheid van twee lopende vrienden na een gezamenlijk bezoek aan een filmhuis. Een tram nadert in tegenovergestelde richting. Op dat moment naderen ook fietsers vanuit de andere richting. De tegen het verkeer inrijdende fietser valt en raakt de tram bij zijn val. De fietser raakt zeer ernstig en blijvend gewond. Het vervoersbedrijf wijst de aansprakelijkheid af. De rechter in Amsterdam beoordeelt of de GVB schadeplichtig is.
GVB niet aansprakelijk bij overmacht
De rechter schets het beoordelingskader. De fietser kan een beroep doen op de 50% regel. De bestuurder van een tram moet namelijk rekening houden met verkeersfouten van fietsers en voetgangers. Dit is slechts anders bij fouten die zo onwaarschijnlijk zijn dat de bestuurder hier geen rekening mee hoeft te houden:
“Die zware zorgvuldigheidsplicht betekent dat de trambestuurder bij het bepalen van zijn rijgedrag rekening moet houden met fouten van zwakkere verkeersdeelnemers, behalve met fouten die zo onwaarschijnlijk zijn dat hij daarop redelijkerwijs niet bedacht hoefde te zijn (overmacht).”
En;
“De rechtbank stelt voorop dat een beroep op overmacht volgens vaste rechtspraak alleen kan slagen als GVB c.s. aannemelijk maakt dat de trambestuurder rechtens geen enkel verwijt kan worden gemaakt van de manier waarop hij aan het verkeer heeft deelgenomen.“
Beoordeling overmacht op grond van de omstandigheden van het geval
Hoe onwaarschijnlijk de fout van de fietser is, hangt natuurlijk af van de omstandigheden van het ongeval. In dit geval is van belang dat er geen sprake was van een aanrijding. De fietser verloor zijn evenwicht en viel tegen de tram. Van een aanrijding door de tram is geen sprake:
“Vaststaat dat [eiser] niet door de tram is aangereden. [eiser] fietste tegen de rijrichting in, verloor vervolgens de controle over het stuur van zijn fiets en kwam daarna ten val tegen de rechterzijde van tram, die [eiser] toen al grotendeels was gepasseerd. Uit het proces-verbaal volgt dat het voorwiel van de fiets van [eiser] begon te slingeren toen hij twee tegemoetkomende fietsers naderde. Ook Bosscha concludeert dat het contact met de tram ontstond doordat [eiser] tijdens het passeren van de tram ten val kwam. Het ongeval is daarmee niet veroorzaakt doordat de tram tegen [eiser] is gereden, maar doordat [eiser] tegen de passerende tram is gevallen.”

Is het niet geven van een geluidsignaal verwijtbaar?
De tram reed ongeveer 19 km tijdens de aanrijding waar 50 km is toegestaan. De fietser verwijt de trambestuurder daarom niet dat hij te hard reed. Uiteindelijk blijkt het enige verwijt aan de trambestuurder dat hij geen geluidssignaal gaf om de fietser te waarschuwen:
“Gelet op de gegeven toelichting ter zitting verwijt [eiser] de trambestuurder thans dus nog uitsluitend dat hij [eiser] niet heeft gewaarschuwd toen hij zag dat [eiser] tegen het verkeer in fietste.”
Vallen tegen tram is een onverwachte ontwikkeling
De tram was al gedeeltelijke gepasseerd toen de fietser viel. De rechter vindt dat de bestuurder geen rekening hoefde te houden met een fietser die de controle over zijn fiets verliest en tegen de zijkant van de tram valt. Het gaat in dit geval dus om een onverwachte fout waarmee de trambestuurder redelijkerwijs geen rekening hoefde te houden:
“Van een beroepsmatige trambestuurder mag worden verwacht dat hij rekening houdt met mogelijke verkeersfouten van andere (zwakkere) weggebruikers, maar niet met een zodanig onverwachte ontwikkeling dat een fietser die parallel naast een passerende tram rijdt plotseling de controle over zijn fiets verliest en tegen de zijkant van die tram valt. Met een dergelijk verloop van de gebeurtenissen hoefde de trambestuurder dan ook redelijkerwijs geen rekening te houden.”
Geluidssignaal had het ongeval met de tram niet voorkomen
De fietser verwijt de trambestuurder dat hij een geluidssignaal had moeten geven. De rechter vindt dat een geluidssignaal in dit geval niet vereist was. De fietser had de tram gezien. Een geluidssignaal had de aanrijding niet voorkomen:
“Met GVB c.s. is de rechtbank evenwel van oordeel dat een trambel slechts is bedoeld om weggebruikers te waarschuwen voor een concreet dreigende conflicterende situatie met de tram, bijvoorbeeld als weggebruikers de tram niet opmerken en dreigen te gaan oversteken. Een dergelijke situatie deed zich hier niet voor. [eiser] heeft ter zitting bevestigd dat hij de tram had gezien toen deze hem passeerde. Onder die omstandigheden valt niet in te zien welk doel een waarschuwing door middel van de trambel nog had kunnen dienen.“
Rol geluidssignalen bij een ongeval: bellen en toeteren
De wet (RVV) noemt bellen en toeteren het geven van een geluidssignalen. In artikel 28 RVV staat dat bellen en toeteren alleen is toegestaan ter afwending van dreigend gevaar. Niet bellen of toeteren is na een ongeval alleen relevant als daarmee het ongeval voorkomen kon worden:
“Artikel 28 RVV: Bestuurders mogen slechts geluidssignalen en knippersignalen geven ter afwending van dreigend gevaar.”
Fietssuggestiestrook
De (rode) strook aan de zijkant van een weg kan een fietsstrook zijn of een fietssuggestiestrook. De fietsstrook herken je aan de afbeelding van een fiets. Het verschil is onder andere relevant omdat je op een fietsstrook geen voertuig mag laten stilstaan (Artikel 23 lid 1 sub b RVV). Voor de beoordeling in dit geschil is niet relevant dat er sprake is van een fietssuggestiestrook en niet van een fietsstrook:
“fietsstrook: door doorgetrokken of onderbroken strepen gemarkeerd gedeelte van de rijbaan waarop afbeeldingen van een fiets zijn aangebracht.”
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@hijink.com of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Amsterdam 15 juli 2026, ECLI:NL:RBAMS:2026:9256

