Een fietser negeert een stopstreep, komt aan de verkeerde kant van de weg terecht en valt daar over een biggenrug. De rechter beslist dat de gemeente (wegbeheerder) aansprakelijk is voor de letselschade van het fietsongeval, omdat de biggenrug onvoldoende zichtbaar was.
De vrouw steekt ’s nachts een kruispunt over. Zij steekt echter niet op de voorgeschreven wijze over, maar komt uit op de verkeerde weghelft. De rechter vindt het niet stoppen voor een stopstreep en het uitkomen op de verkeerde weghelft minder relevant. De biggenrug was onvoldoende zichtbaar. Door de biggenrug wit of zwart/wit te schilderen was de biggenrug waarneembaar geweest, daarom is de wegbeheerder aansprakelijk:
“Nu de biggenruggen, betonnen obstakels op de weg, niet goed zichtbaar waren, is de kans groot dat gebruikers van de weg, waaronder fietsers, in aanraking komen met deze biggenruggen, daardoor vallen en ernstig letsel oplopen. Daar komt bij dat uit het deskundigenbericht blijkt dat de gemeente veiligheidsmaatregelen had moeten treffen. Voor de uitvoering geeft CROW aan, aldus de deskundige, dat banden of richels wit of zwart-wit geblokt geschilderd moeten worden. Wit verven is, aldus de deskundige, de geëigende manier om de zichtbaarheid van de biggenruggen ten opzichte van de omgeving te waarborgen.”


Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Weg gebrekkig omdat biggenrug niet zichtbaar was
De wegbeheerder is aansprakelijk als letsel ontstaat door een gebrek aan de weg. De rechter vindt dat een slecht zichtbare biggenrug een gebrek oplevert:
“Het hof concludeert dat de weg ter plaatse gebrekkig is, nu deze daardoor gevaar voor (mogelijk ernstig letsel van) de gebruikers oplevert en dat dit (relatief eenvoudig en tegen betrekkelijk geringe kosten te voorkomen) gevaar, namelijk een botsing met een biggenrug nu deze niet onder alle omstandigheden goed zichtbaar was, zich heeft verwezenlijkt: [geïntimeerde] heeft de biggenruggen niet gezien en is daarmee in botsing gekomen.”
Fietser fietst op verkeerde weghelft tegen een obstakel
De aansprakelijke partij voert aan dat de fietser niet op de juiste manier overstak. De rechter overweegt dat de wegbeheerder hier rekening mee moet houden. De biggenrug moet zichtbaar zijn of de fietser op de juiste wijze oversteekt is daarbij niet van belang:
“Het hof is van oordeel dat dit aspect in de beoordeling een ondergeschikte rol speelt. De gemeente dient deze weg zo veilig mogelijk in te richten en dit houdt in dat zij de biggenruggen goed zichtbaar moet maken voor al het verkeer, en dus ook voor fietsers die om welke reden dan ook, bij vergissing (of bewust), op de rijbaan terechtkomen en op enig moment het fietspad zien en daar naartoe sturen. Het treffen van deze veiligheidsmaatregel is dusdanig eenvoudig te realiseren dat van ondergeschikt belang is hoe een fietser op het verkeerde deel van de weg terecht komt terwijl het letsel dat kan ontstaan bij een botsing met een betonnen biggenrug, zeer ernstig kan zijn.”
Fietser voor ongeval niet gestopt bij stopstreep
De aansprakelijke partij voert aan dat de fietser had moeten stoppen voor een stopstreep. De rechter vindt dat het negeren van de stopstreep niet aan de aansprakelijkheid in de weg staat:
“Ten overvloede merkt het hof ten aanzien van het verkeersgedrag van [geïntimeerde] nog het volgende op. Het hof volgt de gemeente c.s. niet in haar betoog dat de gemeente niet aansprakelijk is omdat [geïntimeerde] bij de stopstreep had moeten stoppen. Het, ’s nachts in de regen en met geen of weinig ander verkeer, niet stoppen voor een stopstreep/-bord is niet zodanig onvoorzichtig en onoplettend dat de gemeente daarmee geen rekening hoefde te houden.”

Ontbreken kanalisatiestrepen
De rechter gaat ten overvloede nog in op het ontbreken van kanalisatiestrepen. Dit zijn markeringen die duidelijk maken hoe een weggebruiker het kruispunt moet nemen. Ook het ontbreken van kanalisatiestrepen is een gebrek. De markeringen hadden kunnen voorkomen dat het slachtoffer op de verkeerde weghelft terecht kwam en viel over de biggenrug:
“Vervolgens wijst het hof op hetgeen de deskundige opmerkt over de kruising en dan met name het ontbreken van kanalisatiestrepen. Deze hadden [geïntimeerde] naar de overkant van de kruising moeten leiden waardoor zij op het fietspad van de Winkler Prinsstraat terecht zou zijn gekomen. Nu is zij niet geleid over deze kruising en is zij op de weg terechtgekomen. Voor haar was de aanwezigheid van een fietspad op dat moment niet goed zichtbaar. Zij was zich er dus niet van bewust dat zij op een gedeelte van de weg reed waarop zij niet mocht rijden. Dit is mede ingegeven door een gebrek van de weg, namelijk het ontbreken van kanalisatiestrepen.”
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadeadvocaat.nl of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch 21 juli 2026, ECLI:NL:GHSHE:2026:1918

