Een fotograaf maakt foto’s voor de facebook pagina van een dierenpension. Na het maken van foto’s van twee spelende honden wordt de man gebeten. De hondenbeet veroorzaakt ernstig en blijvend arm letsel, waardoor de fotograaf arbeidsongeschikt raakt.
ASR, de verzekeraar van de bezitter van de hond, erkent de aansprakelijkheid. Na enige tijd neemt ASR echter het standpunt in dat de aansprakelijkheid ten onrechte is erkend. Het dierenpension is volgens de verzekeraar aansprakelijk voor de schade van de hondenbeet, omdat er sprake is van bedrijfsmatig gebruik van de hond.


Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Aansprakelijkheid onterecht erkent door bezitter hond
Op de bezitter van een hond rust risico aansprakelijkheid. De bezitter van de hond betaalt de schade die het dier door zijn eigen energie veroorzaakt. Dit staat in artikel 6:179 BW. In artikel 6:181 BW staat dat bij bedrijfsmatig gebruik niet de bezitter, maar de gebruiker aansprakelijk is. Bij bedrijfsmatig gebruik kan het slachtoffer de door het dier veroorzaakte schade dus alleen verhalen op de gebruiker en niet op de bezitter:
“ASR betoogt dat haar erkenning van aansprakelijkheid achteraf gezien onterecht was. ASR meent dat niet haar verzekerde als bezitter van [hond] (op grond van artikel 6:179 BW), maar [bedrijf] als bedrijfsmatig gebruiker van [hond] (op grond van artikel 6:181 BW) aansprakelijk is ten opzichte van [eiser 2] . Op grond van artikel 6:181 BW wordt de risicoaansprakelijkheid voor – in dit geval – schadeveroorzaking door dieren verlegd van de bezitter naar degene die het dier gebruikt in de uitoefening van een bedrijf.”
Verzekeraar hondenbezitter gehouden aan erkenning aansprakelijkheid
Bij een hondenbeet is dus of de bezitter of de gebruiker aansprakelijk. Aansprakelijkheid van de één sluit aansprakelijkheid van de ander als het ware uit. De verzekeraar van de bezitter kan volgens de rechter gehouden worden aan de erkenning van de aansprakelijkheid. Daarbij is mede van belang dat het een (professionele) verzekeraar is. Omdat de verzekeraar (bezitter) gehouden is aan de erkenning, is aansprakelijkheid van de gebruiker niet aan de orde:
“De rechtbank verwerpt het standpunt van ASR c.s. ASR heeft onvoorwaardelijk aansprakelijkheid erkend op grond van artikel 6:179 BW en heeft vervolgens ook de schadeafwikkeling ter hand genomen. Aan die erkenning – of die nu in de ogen van ASR terecht is of niet – kan zij als professionele partij worden gehouden. Door deze erkenning van aansprakelijkheid door ASR namens het baasje van [hond] op grond van artikel 6:179 BW is er geen ruimte voor aansprakelijkheid van [bedrijf] c.s. op de voet van artikel 6:181 BW. De in artikel 6:179 BW bedoelde aansprakelijkheid rust immers hetzij op de bezitter van het dier, hetzij op degene die het bedrijf uitoefent waarin het dier wordt gebruikt. Een gelijktijdige aansprakelijkheid voor dezelfde schade van de bezitter en de bedrijfsmatige gebruiker van het dier is uitgesloten. Alleen al gelet hierop zijn de vorderingen van ASR c.s. niet toewijsbaar.”
Is er sprake van bedrijfsmatig gebruik bij verblijf in een dierenpension
De rechter beoordeelt ten overvloede of er sprake is van bedrijfsmatig gebruik. Het bewaren van een dier is onvoldoende om bedrijfsmatig gebruik aan te nemen. Bij het verblijf van een hond in een dierenpension is er daarom geen sprake van bedrijfsmatig gebruik:
“Uit de parlementaire geschiedenis volgt verder dat onder de in de wet bedoelde zaken die “in de uitoefening van een bedrijf worden gebruikt” niet de zaken vallen die iemand in de uitoefening van zijn bedrijf voor een ander bewaart of vervoert. Wanneer het gaat om dieren, dan is – zo blijkt uit de parlementaire geschiedenis – de band tussen schaden die door de gebruikelijke zorg voor “dergelijke objecten” niet kunnen worden voorkomen, en de uitoefening van het bedrijf van de bewaarder niet sprekend genoeg om schade van deze soort tot een bedrijfsrisico te maken.”

Foto’s maken bedrijfsmatig gebruik
De gebeten fotograaf maakte foto’s van twee spelende honden. Hij bezocht het bedrijf (bijna) wekelijks om foto’s te maken. De fotograaf maakte foto’s van twee spelende honden. Dit kwam toevallig zo uit. De honden werden vastgelegd terwijl zij toevallig werden uitgelaten. Van bedrijfsmatig gebruik is daarom geen sprake:
“De kernactiviteit van [bedrijf] is het ‘bewaren’ van dieren. Ook [hond] werd door [bedrijf] ‘bewaard’. Dat houdt in dat hij in de opvang verbleef en daar werd verzorgd, gevoerd en uitgelaten. [eiser 2] kwam één keer per week langs bij [bedrijf] en maakte daar dan foto’s van de dagelijkse gang van zaken. Ter plekke werd bepaald welke dieren die dag op de foto zouden gaan; daar werd niet vooraf een plan voor gemaakt. Toen [eiser 2] op de dag van het bijtincident bij [bedrijf] aankwam, waren toevallig [hond] en een andere hond aan de beurt om te worden uitgelaten. [gedaagde 2] heeft de beide honden naar het uitlaatveld gebracht, waar ze met elkaar zijn gaan spelen. [eiser 2] heeft daarvan foto’s gemaakt. De honden hoefden niet voor [eiser 2] te poseren. Zij waren bezig met hun normale spel en deden niets anders dan gebruikelijk was tijdens het uitlaten. Anders dan ASR c.s. betoogt, was het foto’s (laten) maken dus niet de kernactiviteit van [bedrijf] . De kernactiviteit was het bewaren, waaronder het uitlaten, van [hond] . Gezien het voorgaande deed zich geen situatie voor waarin [hond] door [bedrijf] bedrijfsmatig werd ingezet.”
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@hijink.com of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Gelderland 30 september 2026, ECLI:NL:RBGEL:2026:8019

