Verkeersongeval gevaarlijk rijdende bezorger: Een bezorger raakt gewond bij een verkeersongeval. De bezorger glijdt met zijn scooter onderuit tijdens het remmen en raakt vervolgens een stilstaande auto. De bezorger stelt zijn werkgever aansprakelijk. De werkgever wijst de aansprakelijkheid af. De rechtbank Den haag beoordeelt of de werkgever de letselschade van de bezorger moet betalen.
De rechter stelt uiteindelijk vast dat er sprake is van een zorgplichtschending bij dit bedrijfsongeval. De werkgever stuurde de bezorger zonder enige instructie de weg op en kan niet aantonen dat het voertuig voldoende veilig was. Daarnaast is er sprake van een schending van het vereiste van goed werkgeverschap. De werkgever voldeed namelijk niet aan de verzekeringsplicht.
Lees hier meer over verkeersongevallen onder werktijd.


Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Zorgplicht werkgever bij verkeersdeelname personeel
De rechter geeft een duidelijke omschrijving van de zorgplicht van de werkgever. Deze is beperkt voorzover het gaat om externe factoren. De werkgever kan het rijgedrag van anderen niet beïnvloeden. De zorgplicht is daarom beperkt tot de veiligheid van het voertuig en het geven van onderricht, instructies en voorschriften die de veiligheid bevorderen:
“Wanneer het gaat om gevallen waarin een werknemer in de uitoefening van zijn werkzaamheden deelneemt aan het wegverkeer zal de omvang van de zorgplicht van de werkgever in de regel slechts beperkt kunnen zijn. De werkgever heeft immers geen zeggenschap over de inrichting en de daarmee samenhangende verkeersveiligheid van de openbare weg en daarnaast kan een groot aantal factoren bijdragen aan het ontstaan van verkeersongevallen, zonder dat de werkgever daarop door het treffen van maatregelen of het geven van aanwijzingen effectief invloed kan uitoefenen, afgezien van de veiligheid van het voertuig dat hij aan de werknemer ter beschikking stelt en het geven van onderricht, instructies en voorschriften die de veiligheid van de werknemer kunnen bevorderen (HR 12 december 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD3129).”
Geen veiligheidsinstructies gegeven aan bezorger
Uit niets blijkt dat er instructies zijn gegeven aan de werknemer. De zorgplicht ziet op het geven van onderricht, instructies en voorschriften, maar het is ook belangrijk dat deze worden vastgelegd. De werkgever moet het nakomen van de zorgplicht aantonen. Daarvoor is dus van belang dat instructies worden gegeven, maar ook dat het geven van instructies wordt vastgelegd:
“Gelet op de gemotiveerde betwisting van [eisende partij] lag het op de weg van [gedaagde partij] om zijn stelling dat hij aan zijn zorgplicht heeft voldaan nader te onderbouwen. Dat heeft hij naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende gedaan. [gedaagde partij] heeft ter zitting verklaard dat er geen vaste instructieprotocollen zijn en alleen mondelinge instructies worden gegeven. Uit niets is echter gebleken dat die mondelinge instructies daadwerkelijk gegeven zijn en dat die instructies erop gericht waren om de veiligheid van de werknemers te bevorderen. De kantonrechter dient er daardoor vanuit te gaan dat [eisende partij] zonder enige instructies de weg op is gestuurd.”
Was de scooter op het moment van het ongeval voldoende veilig?
De gevallen bezorger stelt dat de banden van de scooter slecht waren en dat hij daarom viel. De werkgever bestrijdt dit en overlegt onderhoudsfacturen. De scooter is na het ongeval niet onderzocht. De rechter is van mening dat de onderhoudsfacturen de veiligheid van de scooter niet aantonen:
“De kantonrechter is bovendien met [eisende partij] van oordeel dat de onderhoudsfacturen onvoldoende onderbouwing bieden voor de stelling dat de scooter op het moment van het ongeluk veilig was voor gebruik. De laatste factuur dateert van drie weken geleden en op basis daarvan kan de kantonrechter niet vaststellen dat met de scooter ten tijde van het ongeluk niets mis was. [gedaagde partij] had direct na het ongeluk de status van de scooter moeten laten onderzoeken om de deugdelijkheid van de scooter te kunnen aantonen. Dat [gedaagde partij] aan zijn zorgplicht heeft voldaan is aldus onvoldoende gebleken.”
Verzekeringsplicht bij lease scooter
Op grond van d eis van goed werkgeverschap hebben werkgevers een verzekeringsplicht voor deelname aan het verkeer. De aansprakelijke werkgever stelt dat het gaat om een leasescooter en dat een verzekering afsluiten niet mogelijk was. Deze stelling is verder niet onderbouwt. De rechter wijst dit standpunt af. Als het afsluiten van een verzekering niet mogelijk was, is dit een risico dat bij de werkgever ligt:
“Nu [gedaagde partij] geen behoorlijke verzekering heeft afgesloten voor zijn werknemers schiet hij tekort in zijn verlichting zich als goed werkgever te gedragen. Dat [gedaagde partij] de scooter leaset en daardoor niet aan zijn verzekeringsplicht kan voldoen, voor zover die stelling al juist is, komt voor zijn risico. Hij kan zijn verzekeringsverplichting niet afwentelen op de leasemaatschappij en blijft daarvoor zelf verantwoordelijk.“

Verzekering niet van belang omdat schade niet is gedekt?
De werkgever verweert zich met betrekking tot de verzekeringsplicht door te stellen dat een eventuele verzekering geen dekking zou bieden vanwege het rijgedrag van de bezorger. De werkgever onderbouwt dit standpunt niet. De werkgever kon dit bijvoorbeeld aantonen door polisvoorwaarden te overleggen waaruit blijkt dat deze schade zou zijn uitgesloten:
“Het schadeformulier biedt naar het oordeel van de kantonrechter onvoldoende onderbouwing voor de stelling dat het ongeval volledig aan [eisende partij] zelf te wijten is. Als dat al het geval zou zijn, dan geldt dat [gedaagde partij] zijn stelling dat uitkering in dat geval zou zijn uitgesloten onvoldoende heeft onderbouwd. [gedaagde partij] heeft geen (voorbeeld) polisvoorwaarden in het geding gebracht van bijvoorbeeld een opzittende verzekering waaruit een dergelijke uitsluitingsclausule uit blijkt. De kantonrechter passeert daarom zijn stelling dat de verzekeringsuitkering, en daarmee de voor vergoeding in aanmerking komende schade, in het onderhavige geval nihil zou zijn geweest.”
Wanneer is de verzekeringsplicht van de werkgever van belang?
Voor aansprakelijkheid moet de werkgever een verwijt kunnen worden gemaakt. Bijvoorbeeld dat het voertuig onvoldoende veilig was of er onvoldoende instructies zijn gegeven over veilige verkeersdeelname. Voor de verzekeringsplicht geldt deze eis niet. Goed werkgeverschap verplicht het afsluiten van een verzekering als werknemers deelnemen aan het verkeer. Is er geen verzekering dan betaalt de werkgever de schade.
Verschil aansprakelijkheid en verzekeringsplicht
De aansprakelijke partij betaalt alle schade die het gevolg is van het ongeval. Welke schade een verzekering dekt hangt af van de polisvoorwaarden. Voor de werknemer is het dus voordeliger als de schade op de aansprakelijke werkgever kan worden verhaald.
Om de kans op schadevergoeding te maximaliseren, is het verstandig zowel het standpunt in te nemen dat er sprake is van een zorgplicht scheiding als een schending van het goed werkgeverschap.
Smartengeld voor missen vier voortanden
Het slachtoffer vraagt ook een smartengeld voorschot. De rechter stelt vast dat er onvoldoende duidelijkheid bestaat over het opgelopen letsel. Wat wel vast staat is dat het slachtoffer voortanden verloor bij het ongeval. Bij dit letsel hoort op grond van de Rotterdamse Schaal een smartengeldbedrag tussen de € 6.000,– en € 8.000,–. Waar het slachtoffer in deze bandbreedte zit is nog onduidelijk. Daarvoor is meer informatie nodig over de duur van de behandelingen en het ongemak dat het slachtoffer ervaart. De rechter wijst daarom het laagste bedrag (€ 6.0000,–) toe als voorschot op het smartengeld:
“De Rotterdamse Schaal schrijft voor verlies of ernstige beschadiging van meerdere voortanden (meer dan twee) een vergoeding van € 6.000 tot € 8.000 voor, waarbij de hoogte van het bedrag afhangt van de duur van behandelingen en het veroorzaakte ongemak, zoals problemen met eten. Ten aanzien van dat laatste heeft [eisende partij] geen concrete onderbouwing gegeven. De kantonrechter zal daarom het minimale bedrag van € 6.000,00 als voorschot toewijzen.”
Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade
Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@letselschadeadvocaat.nl of vul het onderstaande contactformulier in.
Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Den Haag 12 augustus 2026, ECLI:NL:RBDHA:2026:27676

