In een deelgeschil procedure wordt de vraag voorgelegd of een werkgever aansprakelijk kan zijn voor letselschade van een vrijwilliger op grond van 7:658 BW.

 

De vrijwilliger valt van dak bij werkzaamheden aan kerkgebouw en loopt daarbij letselschade op. Het letselslachtoffer begint daarop een deelgeschilprocedure (art. 1019w Rv) en vraagt te bevestigen dat de werkgever aansprakelijk is en de letselschade moet vergoeden. De kernvraag is of de vrijwilligerswerkzaamheden onder de reikwijdte van art. 7:658 lid 4 BW vallen. Is er sprake van bedrijfsuitoefening door de parochie?

7:658 lid 4 werkgeversaansprakelijkheid bij letselschade vrijwilliger

De gedupeerde met letselschade voert als vrijwilliger werkzaamheden uit voor de parochie in Duiven. De kluswerkzaamheden betroffen het plaatsen van verlichting op het dak van de kerk. Dit was met instemming van de parochie. De eisende partij is van het dak gevallen tijdens de werkzaamheden en liep ernstige verwondingen op. Voor de letselschade stelde hij de parochie in Duiven aansprakelijk.

In een deelgeschilprocedure heeft de kantonrechter in Arnhem verweerder in het gelijk gesteld en verklaarde voor recht dat Nationale Nederlanden aansprakelijk is en een letselschadeschadevergoeding dient te betalen.

Letselschadezaak hof Arnhem

De beoordeling van de letselschadezaak komt uiteindelijk bij het Hof Arnhem. Het hof is van oordeel dat er bij de uitvoering van het vrijwilligerswerk sprake is van bedrijfsuitvoering in de zin van artikel 7:658 lid 4. De parochie in Duiven kent een duidelijke structuur en er is sprak van een zekere gezagsverhouding binnen de klusgroep. De klusgroep met de vrijwilligers is bovendien opgericht door de parochie. De groep vrijwilligers brengen verslag uit aan de parochie en overleggen over eventueel aan te schaffen materialen. Ook het functioneren van de klusgroep wordt binnen het parochiebestuur besproken. De parochie Duiven erkent bovendien geld te verdienen met de verrichtte werkzaamheden van de vrijwilligers. Ook verdient heeft zij inkomen door de verhuur van onroerende zaken. Tot slot blijkt dat de parochie enkele werknemers in loondienst heeft.

Aansprakelijkheid voor werkzaamheden vrijwilliger

Aan de orde is de vraag of de werkzaamheden die de vrijwilligers verrichten vallen binnen het bedrijf van de parochie. Ook is de vraag van belang of de werkzaamheden zijn gedaan in opdracht van de parochie Duiven en dit is aan te merken als behorende tot haar feitelijke bedrijfsvoering. Nu ook blijkt dat de parochie verantwoordelijk is voor het beheer en onderhoud van de gebouwen, komt tot slot de vraag aan de orde of de parochie de werkzaamheden ook had kunnen laten verrichten door eigen werknemers.

Het hof Arnhem gaat er van uit, omdat dit niet is weersproken, dat de vrijwilligers werkzaamheden hebben verricht met medeweten en goedkeuring van de parochie.
Of de vrijwilligerswerkzaamheden kunnen worden gekwalificeerd als gedaan in uitvoering van de bedrijfsactiviteiten van de parochie, moet volgens de wetsgeschiedenis blijken dat de parochie Duiven de werkzaamheden ook door eigen werknemers had kunnen laten verrichten. Of er daadwerkelijk werknemers zijn die deze werkzaamheden binnen de parochie is minder van belang, aldus hof Arnhem. Het hof neemt in haar oordeel mee dat de parochie de werkzaamheden heeft laten verrichten door vrijwilligers en daardoor personeelskosten heeft kunnen uitsparen.

Hoge Raad over artikel 7:658 BW

Bij de Hoge Raad verweert verzekeraar door te klagen tegen het oordeel van het hof dat de werkzaamheden van de vrijwilligers binnen het bereik van artikel 7:658 lid 4 BW, werkgeversaansprakelijkheid, is gebracht. Ook oefende de parochie geen bedrijf uit. De werkzaamheden werden vrijwillig uitgevoerd, en zouden nimmer worden verricht door de werknemers van de parochie zelf.

7 658 werkgeversaansprakelijkheid bij letselschade vrijwilliger
7: 658 werkgeversaansprakelijkheid bij letselschade vrijwilliger

In artikel 7:658 lid 4 staat het volgende beschreven:

“Hij die in de uitoefening van zijn beroep of bedrijf arbeid laat verrichten door een persoon met wie hij geen arbeidsovereenkomst heeft, is overeenkomstig de leden 1 tot en met 3 aansprakelijk voor de schade die deze persoon in de uitoefening van zijn werkzaamheden lijdt.”

In de wetsgeschiedenis is de gedachte achter deze bepaling nader uitgelegd. De wetgever heeft bedoeld bescherming te bieden aan personen die zich –als het gaat om de door de werkgever in acht te nemen zorgverplichting voor de veiligheid op de werkvloer- in vergelijkbare situatie bevinden als de werknemers. Artikel 7:658 lid 4 kan dus toepasselijk zijn op personen die buiten dienstbetrekking werkzaamheden verrichten, voor zover deze afhankelijk zijn voor de veiligheid van degene voor wie hij het werk verricht.
Van belang in dit oordeel te betrekken is de feitelijke situatie, de aard van de werkzaamheden, de verhoudingen tussen betrokkenen en de mate waarin de ‘werkgever’ al dan niet door middel van hulppersonen, invloed heeft op de werkomstandigheden.
(HR 23 maart 2012, ECLI:HR:2012:BV0616, NJ 2014/414, rov. 3.6.2)

De Hoge Raad concludeert dat de vrijwilligerswerkzaamheden te plaatsen binnen het beschermingsbereik van artikel 7:658 lid 4 BW. Beslissend is immer wanneer de medewerker zich in een vergelijkbare positie bevindt als een ‘eigen’ medewerker en voor de veiligheid en zorgplicht mede afhankelijk is van de werkgever. Dit geldt ook voor een vrijwilliger.
(Kamerstukken II 2004-2005, Aanhangsel van de Handelingen, nr. 1651).

Niet is hierbij relevant of de werkzaamheden ook zouden kunnen zijn gedaan door de werknemers van de parochie.

De Hoge Raad bekrachtigt de beslissing van het hof. De parochie wordt aansprakelijk gehouden voor de letselschade die de vrijwilliger in de uitoefening van de werkzaamheden voor de parochie verrichtte. De parochie dient de letselschade te vergoeden.

Advies bij aansprakelijkheid arbeidsongeval of bedrijfsongeval

Heeft u een bedrijfsongeval gehad en letselschade opgelopen, of bent u als werkgever aansprakelijk gesteld voor de gevolgen van een arbeidsongeval, bel voor vrijblijvend advies ons landelijk nummer 0800-4455000. Ook kunt u een contact verzoek achterlaten.

Uw naam
Uw telefoonnummer
Uw e-mailadres
Bron: Hoge Raad der Nederlanden 15 december 2017 16/04927