Nieuw criterium beoordeling dienstbetrekking: De Hoge Raad deed een belangrijke uitspraak voor zzp’ers en werkgevers over de verhouding tussen opdrachtgever en zzp’er. Er is sprake van een arbeidsovereenkomst als zzp’ers vergelijkbaar werk doen als collega’s met een arbeidsovereenkomst. De daadwerkelijke situatie van de werkende geeft dus de doorslag. Dat partijen nadrukkelijk afspreken dat er geen arbeidsovereenkomst bestaat, doet niet langer ter zake.

In bepaalde sectoren, bijvoorbeeld de bouw, de zorg, maar ook op muziekscholen en veel ander plekken, werken veel zelfstandigen. Voor buitenstaanders is het verschil tussen personeel met een arbeidsovereenkomst en zzp’ers onmogelijk waar te nemen. Sommige zzp’ers werken ook liever in loondienst. De arbeidsovereenkomst biedt zekerheid en rechten. Voor veel zzp’ers betekent een arbeidsovereenkomst waarschijnlijk nauwelijks een wijziging van hun werkzaamheden en verplichtingen. Voor deze zzp’ers betekent het arrest dat zij eerder aanspraak maken op het bestaan van een arbeidsovereenkomst en de bijbehorende rechten.

Nieuw criterium beoordeling dienstbetrekking

Criterium dienstbetrekking

Bij de beoordeling of er sprake is van een arbeidsovereenkomst beoordelen we nog wel of er sprake is van een gezagsverhouding (schijnzelfstandigheid), of de zzp’er zelf een vervanger mag aanwijzen, of er verplichte bedrijfskleding moet worden gedragen en of er wordt doorbetaald tijdens ziekte.

Belang ZZP’ers

Het arrest ziet op een proefplaatsing bij de gemeente Amsterdam en niet op een zzp-overeenkomst. De overweging van de Hoge Raad ziet echter op de vraag wanneer er bij het betaald uitvoeren van werk sprake is van een arbeidsovereenkomst. Het arrest lijkt daarom ook toepasbaar op de zzp overeenkomst.

Zzp’ers maken door het ‘omgaan’ van de Hoge Raad eerder aanspraak op een arbeidsovereenkomst. Dat partijen nadrukkelijk geen arbeidsovereenkomst wilden aangaan, doet niet langer ter zake bij de beoordeling. Voor het arrest was de tekst van de overeenkomst en de bedoeling van partijen wel van belang. Dit bepaalde de Hoge Raad in het arrest Groen / Schroevers. Nu wijzigt de Hoge Raad haar standpunt. Rechtsoverweging 3.2.2 bevat de belangrijkste overweging van het arrest:

R.o 3.2.2: Art. 7:610 BW omschrijft de arbeidsovereenkomst als de overeenkomst waarbij de ene partij, de werknemer, zich verbindt in dienst van de andere partij, de werkgever, tegen loon gedurende zekere tijd arbeid te verrichten. Indien de inhoud van een overeenkomst voldoet aan deze omschrijving, moet de overeenkomst worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst. Niet van belang is of partijen ook daadwerkelijk de bedoeling hadden de overeenkomst onder de wettelijke regeling van de arbeidsovereenkomst te laten vallen. Waar het om gaat, is of de overeengekomen rechten en verplichtingen voldoen aan de wettelijke omschrijving van de arbeidsovereenkomst. Anders dan uit het arrest Groen/Schoevers wel is afgeleid, speelt de bedoeling van partijen dus geen rol bij de bij de vraag of de overeenkomst moet worden aangemerkt als een arbeidsovereenkomst.

Voor zzp’ers die graag willen werken op grond van een arbeidsovereenkomst biedt de het nieuwe criterium over de beoordeling van een dienstbetrekking mogelijkheden. Voor ondernemers die veel zzp overeenkomsten sluiten is het arrest reden om gesloten overeenkomsten kritisch te beoordelen.