Affectieschade grootouders

In een strafzaak tegen een verdachte kunnen de slachtoffers en naasten van het slachtoffer als benadeelde partij een schadevergoeding vragen. Het gerechtshof Amsterdam beoordeelt in een recente uitspraak het recht van grootouders op een affectieschadevergoeding na het overlijden van hun kleindochter. In dezelfde procedure beoordeelt de rechter een deel van de schade van de ouders van het overleden kind.

De wet bepaalt wie recht heeft op affectieschade. De wet noemt Grootouders niet als rechthebbende op affectieschade. Grootouders kunnen eventueel wel affectieschade claimen als er sprake is van een nauwe persoonlijke relatie. Daarvoor is van belang dat de relatie tussen grootouder en kleinkind uitzonderlijk nauw en persoonlijk is en de normale familieverhoudingen overstijgt.

Grootouders vorderen affectieschade als benadeelde partij

In een strafzaak kunnen slachtoffers, naasten en nabestaanden zich voegen als benadeelde partij. De strafrechter beoordeelt dan naast de strafbaarheid van de verdachte ook het recht op een schadevergoeding van de benadeelde partij. In deze procedure hebben de grootouders van een bij een verkeersongeval overleden meisje zich als benadeelde partij gevoegd om een affectieschadevergoeding te vorderen.

Naasten in artikel 6:108, vierde lid, onder g, BW

Als een naaste niet specifiek wordt genoemd als rechthebbende op affectieschade dan bekijken we of er sprake is van een nauwe persoonlijke relatie. Grootouders hebben bij wet geen recht op vergoeding van affectieschade. De grootouders van het overleden meisje krijgen dus alleen affectieschade als zij een nauwe persoonlijke relatie aantonen:

‘Zo zijn grootouders niet opgenomen in de opsomming van ‘naasten’. In uitzonderlijke gevallen kunnen zij wel een beroep doen op de hardheidsclausule in artikel 6:108, vierde lid, onder g, BW. In dat geval zullen de benadeelde partijen moeten stellen en onderbouwen dat sprake was van een zodanige nauwe persoonlijke relatie tot de overledene, dat uit de eisen van redelijkheid en billijkheid voortvloeit dat zij – kort gezegd – toch voor vergoeding van affectieschade in aanmerking komen.’

affectieschade grootouders, affectieschade opa en oma, grootouders affectieschadevergoeding

Relatie moet hechter zijn dan gebruikelijk

In de wet staat precies welke partijen recht hebben op een affectieschadevergoeding. Voor de overige personen/relaties is dus specifiek bepaald dat er geen recht bestaat op affectieschade. Deze personen/relaties kunnen wel vallen onder de uitzondering in grond van artikel 6:108, vierde lid, onder g, BW. Voor deze personen geldt dat er sprake moet zijn van een relatie die afwijkt van de gebruikelijke relatie. In het geval van grootouders moet dus blijken dat de band met het kleinkind hechter is dan gebruikelijk. In dit geval hebben de grootouders een brief geschreven over hun band met het slachtoffer. De rechter vindt dat hieruit niet blijkt dat de band tussen grootouders en kleindochter zo nauw was dat een uitzondeling moet worden gemaakt:

‘Het hof maakt uit de onderbouwing bij de vorderingen op dat tussen de grootouders en het slachtoffer sprake was van een bijzondere en waardevolle band. Het hof komt echter niet tot toekenning van de gevorderde affectieschade. Net als de rechtbank oordeelt het hof dat ook op basis van de nadere onderbouwing van de vordering in hoger beroep (bestaande uit een schrijven van de grootouders over hun band met het slachtoffer) niet kan worden gezegd dat de relatie tussen de grootouders en het slachtoffer zo nauw was, dat daardoor een uitzondering zou moet worden gemaakt op het wettelijke uitgangspunt dat grootouders niet voor vergoeding van affectieschade in aanmerking komen. De benadeelde partijen kunnen daarom thans in de vordering niet worden ontvangen en kunnen de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.’

Affectieschade grootouders niet afgewezen, maar niet ontvankelijk

De rechter verklaart de vordering van de grootouders niet-ontvankelijk. Dit betekent dat de rechter de vordering niet behandelt. De grootouders kunnen daardoor alsnog een affectieschadevergoeding vragen bij de civiele rechter.

Shockschade voor ouders na confrontatie met zwaargewonde dochter in ziekenhuis

Naast de vordering van de grootouders beoordeelt de rechter ook het recht van de ouders op een shockschadevergoeding. De beide ouders van het verongelukte meisje zien hun zwaargewonde dochter in het ziekenhuis. De ouders bezoeken na deze confrontatie een psycholoog. De psychologen verklaren dat de ouders geestelijke schade opliepen door de confrontatie. De rechter stelt daarom vast dat er is voldaan aan de vereisten voor een shockschadevergoeding. Beide ouders krijgen een bedrag van € 15.000,– voor hun shockschade.

Overige schade van de ouders na overlijden dochter

De ouders van het overleden slachtoffer vorderen alleen shockschade. In een uitspraak van de rechtbank Zeeland West-Brabant werd zowel shockschade als affectieschade toegekend na het overlijden van een naaste. Ook uitvaartkosten worden niet genoemd in de uitspraak. Onduidelijk is of partijen over de overige schade een overeenkomst sloten of dat deze schade nog moet worden afgehandeld.

Gratis juridische bijstand bij letselschade

Bel naar 0800 – 44 55 000, stuur een e-mail naar info@hijink.com of vul het onderstaande contactformulier in.

    Uw naam
    Uw telefoonnummer
    Uw e-mailadres

    Bronnen: www.rechtspraak.nl

    Gerechtshof Amsterdam 14 mei 2024, ECLI:NL:GHAMS:2024:1319
    en;
    Rechtbank Zeeland-West-Brabant 19 november 2019, ECLI:NL:RBZWB:2019:5033

    Altijd de juiste overeenkomsten en documenten bij de hand?

    Bekijk onze database

    Schrijf u in voor onze nieuwsbrief