Aanrijding afslaande en inhalende auto

Aanrijding afslaande en inhalende auto: Een bestuurder slaat linksaf om een inrit in te rijden. Op dat zelfde moment haalt een bestuurder de afslaande auto in. De inhalende en de afslaande auto botsen. De afslaande bestuurder vraagt de rechtbank Rotterdam om vast te stellen dat de inhalende bestuurder aansprakelijk is voor de letselschade van de aanrijding.

Een aanrijding tussen een inhalende auto en een afslaande auto komt veel voor. Inhalen en afslaan zijn beiden handelingen waarbij al het overige verkeer voorrang heeft. Voor de verdeling van de schade kijken we naar alle gemaakte verkeersfouten. Richting aangeven en de voorspelbaarheid van het afslaan spelen een belangrijke rol. Ook rijsnelheid en de vraag wanneer het inhalen en afslaan is begonnen zijn belangrijk.

Ook de schade aan voertuigen (het schadebeeld) speelt regelmatig een rol bij de beoordeling. Schade aan de zijkant van de inhalende auto wijst er mogelijk op dat het inhalen al was begonnen voor het afslaan. Schade aan de flank van de afslaande auto is mogelijk een indicatie dat het afslaan al was ingezet voor de inhaalmanoeuvre.

Lid van het Nationaal Keurmerk Letselschade en de branchevereniging Nederlandse Letselschade Experts

Aanrijding afslaande en inhalende auto

De inhalende bestuurder moest volgens de rechter rekening houden met het afslaan van de bestuurder voor hem. De inhalende bestuurder reed bovendien te hard om te anticiperen op het afslaan van de auto en om tijdig tot stilstand te komen. De bestuurder die afslaat om een inrit in te rijden, moet het overige verkeer ook voorrang verlenen. De afslaande bestuurder had volgens de rechter beter moeten kijken of de weg vrij was. Beide bestuurders maakte een verkeersfout en droegen bij aan het ontstaan van de aanrijding. De rechter vindt dat de inhalende automobilist het grootste aandeel had in het ontstaan van de schade.

Omdat er sprake is van blijvend letsel past de rechter een billijkheidscorrectie toe. De inhalende bestuurder is aansprakelijk voor 75% van de schade van de bestuurder die afsloeg om een inrit in te rijden.

Aanrijding waarbij beide auto’s voorrang hebben

Zowel het inhalen/wisselen van rijstrook als het afslaan/inrijden van een inrit is een zogenaamde bijzondere manoeuvre. Beide bestuurders moesten daarom al het overige verkeer voorrang verlenen.

Aansprakelijkheid inhalende bestuurder

Om recht te hebben op een schadevergoeding moet de aansprakelijkheid worden vastgesteld. Daarvoor moet de eiser aantonen dat de tegenpartij een verkeersfout maakte. De rechter oordeelt dat de inhalende bestuurder aansprakelijk is voor de schade. De inhalende bestuurder had moeten anticiperen op het afslaan van zijn voorganger. Bovendien reed de inhalende bestuurder te hard. Of een bestuurder te hard rijdt, is namelijk afhankelijk van de situatie en niet de ter plaatse toegestane maximum snelheid. Weggebruikers moeten hun snelheid dusdanig aanpassen dat een aanrijding voorkomen kan worden:

‘Door aldus te rijden heeft [verweerder01] tegenover [verzoeker01] onrechtmatig gehandeld. Hij heeft namelijk zijn snelheid niet aangepast om tijdig en adequaat te kunnen reageren op de op dat moment voor hem geenszins ondenkbare kans dat de auto voor hem naar links zou afslaan. Daarmee heeft [verweerder01] het gevaar op het ontstaan van een ongeval vergroot en artikel 5 WVW overtreden. Ook heeft [verweerder01] de ter plaatse geldende maximumsnelheid overtreden.’

Eigen schuld afslaande bestuurder

Als we vaststellen dat de tegenpartij aansprakelijk is, kijken we vervolgens naar de verdeling van de causaliteit. Daarvoor beoordelen we of er sprake is van eigen schuld. Dit betekent dat de eiser zelf ook verwijtbaar handelde en daardoor zelf bijdroeg aan het ontstaan van de schade. De rechter benoemt dat een afslaande bestuurder voorrang moet verlenen. Om voorrang te verlenen, moet een bestuurder beoordelen of de weg vrij is. De afslaande bestuurder verklaarde de inhalende bestuurder niet te hebben gezien. De afslaande bestuurder lette daarom onvoldoende op. De rechter vindt dat deze verkeersfout een kleinere bijdrage leverde aan het ontstaan van de aanrijding. De rechter vindt dat het slachtoffer 40% eigen schuld heeft:

‘Het beroep van [verweerder01] op deze wetsbepaling slaagt. [verzoeker01] diende namelijk bij het inrijden van de inrit het overige verkeer te laten voorgaan (art. 54 WVW). Daarom diende hij voordat hij afsloeg niet alleen richting aan te geven maar zich ook ervan te vergewissen dat er geen ander verkeer aankwam en daarvoor goed in zijn spiegels te kijken. Vast staat dat [verzoeker01] dat onvoldoende heeft gedaan. Hij heeft namelijk verklaard dat hij de door [verweerder01] bestuurde auto niet heeft gezien en er is geen reden om aan te nemen dat hij die auto niet kon zien. Het ongeval vond namelijk plaats op een rechte weg en niet gesteld is dat de verlichting van de door [verweerder01] bestuurde auto niet aan was.’

Aanrijding afslaande en inhalende auto, Rechtbank Rotterdam 5 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:663
“Daarom diende hij voordat hij afsloeg niet alleen richting aan te geven maar zich ook ervan te vergewissen dat er geen ander verkeer aankwam en daarvoor goed in zijn spiegels te kijken.

Hogere schadevergoeding wegens ernst letsel

De rechter oordeelt dat de eiser zelf 40% van de schade veroorzaakte. Het slachtoffer raakte echter dusdanig ernstig gewond dat de rechter een billijkheidscorrectie toepast. Dit betekent dat de rechter de verdeling van de aansprakelijkheid aanpast, omdat de uitkomst anders oneerlijk is. in dit geval bepaalt de rechter dat de aansprakelijke partij 75% van de schade van het slachtoffer betaalt:

‘Vast staat dat [verzoeker01] bij het ongeval ernstig letsel waaronder een hersenkneuzing heeft opgelopen. Omdat [verweerder01] dat niet heeft weersproken staat ook vast dat [verzoeker01] momenteel een IVA (Inkomensvoorziening Volledig Arbeidsongeschikten)-uitkering ontvangt. [verweerder01] betwist weliswaar dat die uitkering het gevolg is van het door het ongeval opgelopen letsel, maar voert geen alternatieve verklaring aan voor de IVA-uitkering van [verzoeker01] . Er is daarom voldoende grond om aan te nemen dat [verzoeker01] door het ongeval blijvend en ernstig letsel heeft opgelopen.’

Gratis rechtsbijstand en advies bij letselschade

Bel naar 0800 44 55 000, stuur een e-mail naar info@hijink.com of vul het onderstaande contactformulier in.

    Uw naam
    Uw telefoonnummer
    Uw e-mailadres

    *Wij gebruiken uw gegevens alleen om contact op te nemen.


    Bron: www.rechtspraak.nl Rechtbank Rotterdam 5 februari 2024, ECLI:NL:RBROT:2024:663

    Heeft u recht op een letselschade vergoeding?

    Test het hier!

    Schrijf u in voor onze nieuwsbrief
    HIJINK Advocaten