Het recht van opstal bestaat uit de bevoegdheid om in, op of boven een onroerende zaak van een ander gebouwen, werken of beplanting te bezitten. Door een recht van opstal kan de opstaller eigenaar worden van een gebouw, werk of beplanting op een perceel dat niet zijn eigendom is.

Het recht van opstal is een beperkt recht, maar kan een zeer vergaande beperking betekenen van het eigendomsrecht waarop het recht is gevestigd. Een recht van opstal is in dat opzicht vergelijkbaar met een recht van erfpacht. Het eigendomsrecht kan door beide rechten zeer vergaand worden beperkt. De eigenaar kan niet vrij over zijn eigendom beschikken en heeft slechts recht op (periodieke) betalingen.

Vestiging van een opstalrecht is de enige manier om natrekking te voorkomen. Natrekking houdt in dat de eigenaar van een goed ook de eigenaar wordt van een goed dat daarmee duurzaam is verbonden. Als een ander een huis bouwt op uw perceel zonder dat daarvoor een opstalrecht is verleend, wordt het huis automatisch uw eigendom als eigenaar van het perceel. De eigenaar van de grond is ook de eigenaar van de opstallen op die grond, tenzij een opstalrecht de natrekkingsregels doorbreekt. Het opstalrecht biedt dus de mogelijkheid om de normale situatie waarin de eigenaar van de grond ook de eigenaar is van de opstallen op het perceel te doorbreken.

Als het recht eindigt heeft de opstaller een wegneemrecht voor de opstallen die zijn eigendom zijn. Ook bij het eindigen van het recht worden de opstallen dus niet automatisch eigendom van de eigenaar van het perceel.

Voor het recht van opstal kan een vergoeding verschuldigd zijn. De vergoeding noemen we retributie. Vroeger werd de term solarium voor deze vergoeding gebruikt.

Voor de vestiging van het recht is een notariele akte nodig. De akte moet vervolgens worden ingeschreven in de openbare registers beheert door het Kadaster. Een opstalrecht kan ook door verjaring ontstaan.