Deelgeschil in letselschadezaak na aankondiging dagvaarding

Deelgeschil in letselschadezaak nádat verzekeraar heeft aangekondigd te gaan dagvaarden.

Deelgeschil in letselschadezaak na aankondiging dagvaarding

De verzoeker in de deelgeschilprocedure heeft letselschade opgelopen door een verkeersongeval. Zij had autorijles. Het letselschade slachtoffer stond stil toen zij van achteren werd aangereden. Door de kop-staartbotsing heeft ze hoofd- en nekpijn opgelopen. De aansprakelijkheid is geen onderwerp van discussie. Verzekeraar van de achterop komende auto erkent aansprakelijkheid is bereid de letselschade te vergoeden die voortvloeit uit de kop-staartbotsing. Gedupeerde wordt bijgestaan door een letselschade advocaat.

Aantoonbaarheid en objectiviteit verwondingen

Voor de verwondingen is gedupeerde onder behandeling gekomen bij de fysiotherapeut. Deze rapporteert dat de verwachting is dat de blijvende verwondingen, de restklachten zullen bestaan uit matige hoofdpijn en vermoeidheidsklachten.

Ook wordt het slachtoffer met letselschade behandeld door een Cesar therapeut. Deze vermeldt dat de behandeling uiteindelijk is afgerond. De klachten bestaan uit nekklachten bij een langer week of zware belasting, zoals zwaar tillen, stofzuigen of een paar uur winkelen.

In het rapport van de huisarts staat vermeld dat gedupeerde last heeft van aanhoudende klachten en zij dit moest de restklachten melden aan de huisarts. De klachten vanuit het auto ongeluk 3 jaar geleden zijn geleidelijk verbeterd tot een soort van restbeeld, sneller last van nekklachten, stijve nek bij werken boven 90 graden, regelmatig hoofdpijn, zwaar tillen en lang achter de computer zitten. Er is geen sprake van uitstraling. Vertraging op school, mag langer over tentamens doen.

Verzoekschrift deelgeschil in letselschadezaak

Verzoeker in deelgeschilprocedure brengt een verklaring in van de HBO-opleiding. Hierin staat dat ze haar propedeuse heeft behaalt en haar extra tentamentijd is verleend, zodat ze in de tentamenruimte even kan vertreden. Deze pauze zou noodzakelijk zijn om weer geconcentreerd in de goede houding de toets voort te zetten.

Door de medisch adviseur van de letselschade advocaat van gedupeerde wordt geschreven dat als aannemelijk wordt dat er nog sprake is van feitelijke beperkingen, niet kan worden afgewikkeld met tijdelijke beperkingen als uitgangspunt. In dat geval moeten de resterende klachten en beperkingen van de whiplashklachten door het ongeluk in kaart worden gebracht.

De medisch adviseur van verzekeraar ASR ziet geen medische indicatie voor het aannemen van aanhoudende beperkingen of letselklachten veroorzaakt door het ongeluk. Er is verder geen sprake van door artsen vastgestelde beperkingen. Er is geen aantoonbaar letsel en de klachten zijn louter vastgesteld op basis van hetgeen door gedupeerde wordt verteld. De medisch adviseur van ASR ziet geen reden voor een expertise of nader onderzoek. Ook is er geen recente medische informatie voor handen vanuit het behandelend circuit.

Afgebroken schikkingsonderhandelingen

Tussen partijen vindt overleg plaats in het kader van een regeling. Er wordt echter geen schikking bereikt waarop ASR de onderhandeling afbreekt en verzekeraar geen vertrouwen meer heeft in een minnelijke oplossing. Verzekeraar geeft aan dat zij zal overgaan tot het uitbrengen van een dagvaarding.

De gerechtelijke procedures

Vervolgens is de letselschade advocaat van de gedupeerde een deelgeschil gestart bij de rechtbank Utrecht.

Kort daarop brengt verzekeraar de aangekondigde dagvaarding in de bodemprocedure uit. ASR stelt in de dagvaarding dat partijen in de afgelopen jaren niet tot overeenstemming hebben kunnen komen over omvang van de letselschade en het causaal verband tussen de klachten en het ongeluk. Om verdere vertraging te voorkomen wil ASR de rechter vragen de schade vast te stellen.

Verder vraagt ASR de rechter om vast te stellen dat met de betaalde voorschotten de schade van gedupeerde is voldaan.

De advocaat van het slachtoffer dient een incidentele conclusie van antwoord in inhoudende de onbevoegdheid van de kantonrechter en neemt tevens conclusie van antwoord in de hoofdprocedure.

Het verzoekschrift in de deelgeschilprocedure houdt in dat gedupeerde vraagt om ASR te veroordelen in het betalen van een letselschadevergoeding wegens studievertraging. Ook wordt gevraagd verzekeraar te verplichten mee te werken aan het starten van een neurologische medische expertise, de kosten daarvan te dragen en een voorschot te betalen op de schadevergoeding.

De advocaat van verzoekster verwijst ter motivering naar de medische informatie, de brief van school en de studieresultaten. Ook haalt de letselschade advocaat aan het arrest van de Hoge Raad waarin wordt gesteld dat aan het bewijs van het causaal verband tussen schade en ongeval niet al te hogen eisen mogen worden gesteld.

Causaal verband whiplashklachten en verkeersongeval

Verzekeraar betwist dat het slachtoffer nog ongevalgerelateerde klachten heeft. De huidige whiplashklachten niet worden verklaard uit het ongeval. Verzoekster heeft niet of nauwelijks artsen of specialisten bezocht. De behandelingen zijn al geruime tijd afgerond. Ook hervatte het slachtoffer haar bijbaantjes weer een half jaar na het ongeval. Dat er een studievertraging optreedt, maakt niet dat dit zonder meer is toe te dichten aan het ongeval. De statistieken wijzen uit dat meer dan de helft van de HBO-studenten 5 jaar doet over een 4 jarige opleiding.

De overlegde medische informatie betreft een subjectieve klachten beleving. Er zijn geen afwijkingen of objectiveerbare beschadigingen gevonden die de klachten kunnen verklaren.

ASR stelt dat verzoeker voldoende tijd heeft gehad om objectieve medische informatie te overleggen, een voorlopig deskundigenbericht te vragen of een deelgeschil aanhangig te maken. Pas toen ASR aankondigde de kwestie aan de rechter voor te leggen meende de letselschade advocaat van verzoekster dat een deelgeschil moest worden opgestart. Daarom concludeert verzekeraar tot afwijzing van het verzoekschrift van het deelgeschil in letselschadezaak.

Doel deelgeschil in letselschadezaak

De rechtbank stelt dat de deelgeschilprocedure is bedoeld om op een vereenvoudigde en snellere wijze te komen tot een buitengerechtelijke afhandeling van letselschade en overlijdensschade.

De beslissing van de rechter in deelgeschil moet kunnen bijdragen een de totstandkoming van een minnelijke regeling of vaststellingsovereenkomst. De deelgeschilprocedure is bedoeld om een impasse in de onderhandeling te doorbreken.

In deze letselschadezaak is daar geen sprake van. ASR heeft expliciet aangegeven niet meer bereid te zijn om te onderhandelen, en brak de onderhandelingen af. Het oordeel van de rechter in deelgeschil brengt partijen niet dichterbij een vaststellingsovereenkomst. Ook kan het deelgeschil de bodemprocedure niet voorkomen. Dit brengt mee dat de rechter het deelgeschil moet afwijzen.

Omdat de deelgeschilprocedure niet de aangewezen procedure bij de rechter was om het geschil te beslechten kan de rechter verzoekster veroordelen in de kosten van het deelgeschil. Echter omdat ASR gevraagd heeft in de bodemzaak voor compensatie van de kosten heeft gevorderd, zal de rechter daartoe overgaan. Iedere partij draagt de eigen kosten van het deelgeschil.

Deelgeschil in letselschadezaak

Het doel van een deelgeschilprocedure bij letselschade en overlijdensschade is dat partijen in de gelegenheid worden gebracht om met de beslissing van de rechter de onderhandeling over de letselschade kunnen voortzetten. In de huidige letselschadezaak had verzekeraar de onderhandelingen afgebroken en zelfs aangekondigd zelf een bodemprocedure te zullen opstarten. De beslissing van de rechter in deelgeschil zou partijen dan ook niet verder brengen. Er volgde daarom afwijzing van het verzoek van de letselschade advocaat van het slachtoffer.

Advies over het starten van een deelgeschil in letselschadezaak of overlijdensschade? Bel onze letselschade advocaat op ons landelijk nummer 0800-44 55 000. Wij werken landelijk en zijn lid van het register letselschade.

Uw naam
Uw telefoonnummer
Uw e-mailadres

Bron: Rechtbank Midden-Nederland uitspraak 06-12-2017 Zaaknummer C/16/445505 / HA RK 17-194