Een werknemer loopt letselschade op door een hondenbeet tijdens verblijf in het buitenland voor zijn werk. Hij stelt zijn werkgever aansprakelijk hiervoor.

Een werknemer die voor zijn werk een aantal dagen verbleef op een compound in Haïti, loopt letselschade door een hondenbeet  op. Hij overlijdt twee maanden later vanwege een rabiës infectie overgedragen door de jonge hond.

Letselschade door een hondenbeet

De nabestaanden van de overleden man starten een deelgeschilprocedure bij de rechtbank Amsterdam. Zij verzoeken de rechter te verklaren voor recht dat de werkgever aansprakelijk is. De overledene was op basis van een arbeidsovereenkomst in loondienst. Toen hij door de hond werd gebeten, verbleef hij voor zijn werk in het buitenland.

letselschade door een hondenbeet
Letselschade door een hondenbeet

De man werkt bij een huisartsenpost. Het bedrijf distribueert medicijnen en gezondheidsproducten naar Haïti. Voor zijn werk is hij naar Haïti gereisd. De verblijfplaats, c.q. het kantoor is gelegen op een grotendeels omheinde leefgemeenschap (compound).

Voor Haïti zijn geen inentingen verplicht gesteld, maar worden wel vaccinaties aangeraden tegen D.T.P. en Hepatitis A. Ook is bekend dat Haïti een risicovol land is voor  rabiësbesmettingen / hondsdolheid. Aangeraden wordtom je te laten inenten bij een verblijf langer dan drie maanden of bij specifieke omstandigheden die een risico van blootstelling inhouden. Gedupeerde had een inentingsboekje waaruit blijkt dat hij tien jaar eerder was ingeënt.

Op de compound waren twee waakhonden aanwezig. De oudste hond is ingeënt tegen hondsdolheid. De nieuwe jonge waakhond op het terrein was vanwege zijn leeftijd nog niet ingeënt.

De jonge hond wordt door een ander dier aangevallen en raakt gewond. Op advies van de dierenarts is de jonge hond op het terrein aan een boom vastgelegd . De hond vertoonde de dagen daarna teruggetrokken en angstig gedrag. Enkele dagen later wilde gedupeerde de jonge hond aaien en werd daarbij tot bloedens toe door de hond gebeten in zijn hand . De wond is gereinigd met alcohol. Er werd een foto gemaakt van de hand en de gebruikte schoonmaakmiddelen. Gedupeerde werd geadviseerd een arts te raadplegen.

De man vliegt terug naar Nederland. De volgende dag is hij gaan werken op de huisartsenpraktijk. Hij vertelde niet dat hij was gebeten door een hond.

Na terugkomst ontwikkelde gedupeerde klachten van hondsdolheid waarop hij in het ziekenhuis werd opgenomen. Weer enkele dagen later wordt de diagnose hondsdolheid gesteld. Gedupeerde belde daarop met Haïti om dit te melden. Hij vernam dat de hond door onbekende oorzaak was overleden. Men deed geen onderzoek naar de oorzaak van overlijden.

Vervolgens heeft gedupeerde het incident gemeld bij het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Er is onderzoek ingesteld en een rapport opgemaakt door het RIVM aan de hand van de LCI-richtlijn Rabiës.

Ander halve maand later is gedupeerde aan de gevolgen van de door de hondenbeet opgelopen hondsdolheid overleden. Omdat er een ongevallenverzekering was afgesloten voor medewerkers die schade opliepen, kwam deze tot uitkering. Bij overlijden bedroeg de schadevergoeding € 250.000.

Werkgeversaansprakelijkheid voor letselschade door een hondenbeet

Ook was er voor de medewerkers een aansprakelijkheidsverzekering voor bedrijven afgesloten bij Nationale Nederlanden. Door een rekenkundige werd in dit kader een overlijdensschade berekening gemaakt. De schadevergoeding vanwege gederfd levensonderhoud wordt vastgesteld op € 320,543.

Deelgeschil Amsterdam

Verzoekster is de zus van gedupeerde. Haar advocaat verzoekt in de deelgeschilprocedure voor recht te verklaren dat verweerder, de werkgever van gedupeerde, aansprakelijk is voor de letselschade en overlijdensschade van gedupeerde door de hondenbeet. Ook wordt de vraag opgeworpen of er sprake is van eigen schuld aan de zijde van overledene.

Aan het verzoek in de deelgeschilprocedure legt de advocaat werkgeversaansprakelijkheid ten grondslag. Overledene is immers tijdens de uitvoering van zijn werkzaamheden gebeten door een hond, waarbij hij verwondingen opliep waardoor hij uiteindelijk is overleden. Overledene was in loondienst middels een arbeidsovereenkomst. Aansprakelijkheid hoort daarom gevestigd te worden op grond van artikel 7:658 Burgerlijk Wetboek (werkgeversaansprakelijkheid), aldus de advocaat. Subsidiair stelt verzoekster dat de werkgever zich niet heeft gedragen als een goed werkgever en daarom aansprakelijk is.

In het deelgeschil staat vast dat het slachtoffer in opdracht van de werkgever naar Haïti is afgereisd en verbleef op de compound. Ook staat vast dat het slachtoffer geen werkzaamheden meer heeft verricht op de dag van de hondenbeet. Hij was in afwachting van de terugreis, heeft die ochtend gewandeld en foto’s gemaakt. Tijdens de wandeling is hij gebeten door de hond en liep verwondingen op aan zijn hand.

Er wordt geconcludeerd dat het ongeval is gebeurd in de uitoefening van zijn werkzaamheden als bedoeld in artikel 7:658 BW. Derhalve is er sprake van werkgeversaansprakelijkheid. Het slchtoffer van de hondenbeet verbleef immers voor zijn werk ter plaatse. Omdat het slachtoffer diende te verblijven op de compound om van daaruit zijn werk te verrichten, bestaat er een nauwe samenhang tussen de te verrichten werkzaamheden en het verblijf. Om die reden leiden de de verplichtingen van goed werkgeverschap, neergelegd in artikel 7:611 BW, er toe dat de werkgever moest zorgdragen voor een veilige omgeving. Deze verplichting is de werkgever niet voldoende nagekomen. Gebleken is dat de op de compound een hond rondliep die niet was ingeënt tegen hondsdolheid. Omdat de compound niet volledig was omheind, kon de hond worden gebeten door een ander dier en daardoor besmet kon raken.

Daar komt bij dat het slachtoffer niet preventief ingeënt was tegen hondsdolheid en dat ook niet verplicht was. Ondanks dat de situatie uitzonderlijk en onvoorzien was is het slachtoffer op de compound blootgesteld aan een onaanvaardbaar besmettingsrisico.

Dat de hond na gebeten te zijn -op advies van de dierenarts- apart is gezet ergens achteraf op de compound maakt dit niet anders. Ook was het slachtoffer niet medegedeeld dat dit op advies van de dierenarts was, zodat de hond niet in aanraking zou komen met mensen en andere dieren. Dat het niet kenbaar was dat de hond hondsdolheid had, maakt het ook niet anders.

De rechtbank is van mening dat de werkgever aansprakelijk is voor de uit de hondenbeet voortgekomen letselschade en de uiteindelijke overlijdensschade.

Eigen schuld

Er is sprake van eigen schuld als de letselschade mede een gevolg is van een omstandigheid die aan het slachtoffer is toe te rekenen. Door de verzekeraar Nationale Nederlanden wordt eigen schuld aangevoerd. Het slachtoffer heeft zich niet laten vaccineren tegen hondsdolheid. Ook heeft hij zich na de beet niet direct laten onderzoeken door een arts.

De rechter in Amsterdam overweegt de fictieve situatie waarbij de benadeelde zich direct onder dokters behandeling had laten stellen. Zou een behandeling van de verwondingen door de hondenbeet kans van slagen hebben gehad? Volgens de LCI-richtlijn Rabiës van het RIVM leidt een besmetting met hondsdolheid na de incubatieperiode van 20 tot 90 dagen altijd tot de dood. Als een behandeling binnen 48 uur wordt gestart  bestaat er een kans dat het slachtoffer de verwondingen van de hondenbeet overleefd.

De vraag moet worden gesteld of aan de werkgever kan worden toegerekend dat het slachtoffer zich na de letselschade door een hondenbeet niet direct heeft laten behandelen. Hierbij moet worden beoordeeld wat een redelijk mens in dezelfde omstandigheden zou hebben gedaan én of dat van het slachtoffer in de specifieke omstandigheden ook had mogen worden verwacht.

De rechtbank schat in dat in het geval iemand tot bloedens toe in zijn hand wordt gebeten door een hond, deze zich tot een dokter zou wenden voor medische behandeling. Al was het alleen al vanwege het dreigende tetanusgevaar. Ook in Nederland zou een redelijk mens dat doen. Dit geldt des te meer in een land als Haïti waarvan bekend is dat een ziekte als rabiës meer voorkomt. Ook kan worden aangenomen dat het slachtoffer op de hoogte was van deze gevaren, hij had immers geïnformeerd welke vaccinaties verplicht waren. Ook was hem geadviseerd na de hondenbeet een arts te raadplegen.

Omdat het slachtoffer niet zo snel mogelijk naar een huisarts is gegaan en niet kan worden uitgesloten dat als hij zich eerder had laten behandelen hij wellicht niet was overleden aan de gevolgen van de hondenbeet, is er sprake van eigen schuld. Over de vraag hoe groot de eigen schuld is, mogen de advocaten zich nog uitlaten. Partijen krijgen de gelegenheid om zich verder te buigen over de gevolgen van de verweten eigen schuld maar ook de situatie die zou zijn ontstaan als het slachtoffer zich met de hondenbeet wel tijdig had laten behandelen.

Advies bij letselschade door een hondenbeet

Heeft u letselschade door een hondenbeet of een andere oorzaak? Wilt u weten wat uw rechten zijn. Neem dan vrijblijvend contact op met onze letselschade advocaat en letselschadespecialisten. Bel 0800-44 55 000 of laat onderstaand een terugbelverzoek achter. Wij bellen u op werkdagen binnen 15 minuten.

Door: mr. O.A.M. Hijink, letselschade advocaat LSA, lid Register Letselschade Nijmegen / Arnhem en Amsterdam

    Uw naam
    Uw telefoonnummer
    Uw e-mailadres

    Bron: Rechtbank Amsterdam 04-12-2017 5295976 EA VERZ 16-960