Deelgeschil letselschade over verrekening AOV-uitkering en schadevergoeding

Deelgeschil letselschade Arbeidsongeschiktheidsverzekering: schadeverzekering of sommenverzekering, wel of geen verrekening.

De gedupeerde met letselschade is als fietser aangereden door een verzekerde van Reaal, zijnde bestuurder van een personenauto. Het gewonde slachtoffer stelt de WAM verzekeraar van de automobilist aansprakelijk voor de gevolgen van de letsels. Reaal erkent aansprakelijkheid.

De gedupeerde met letselschade was zelfstandig ondernemer en had een transportbedrijf. Hij had een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) afgesloten. Het percentage arbeidsongeschitkheid wordt door de verzekeraar De Amersfoortse vastgesteld op 80-100%. In een later stadium wordt gedupeerde gedeeltelijk arbeidsgeschikt gevonden waarbij het percentage arbeidsongeschiktheid wordt bijgesteld naar 25-35%. In verband met deze AOV ontving het letselschadeslachtoffer een arbeidsongeschiktheidsuitkering.

Deelgeschil letselschade over verrekening AOV-uitkering en schadevergoeding

Tussen het letselschadeslachtoffer en de aansprakelijke verzekeraar ontstaat discussie over het verrekenen van de AOV-uitkering die hij als zelfstandig ondernemer ontvangt uit hoofde van de gesloten AOV en de te betalen letselschadevergoeding voor verlies aan arbeidsvermogen.

De ondernemer met letselschade start een deelgeschilprocedure tegen de WAM verzekeraar. Hij vordert te verklaren voor recht dat de WAM-verzekeraar niet het recht toekomt om de letselschadevergoeding uit gederfde inkomsten te verrekenen met de AOV-uitkering (artikel 6:100 BW).
Verder vraagt de advocaat van het slachtoffer voor recht te verklaren dat als de WAM verzekeraar wel een recht tot verrekening van de schadevergoeding toekomt, daarop betaalde premies en mogelijke andere kosten door het letselschadeslachtoffer in mindering mogen worden gebracht.

Deelgeschil letselschade Nijmegen Wijchen
Deelgeschil letselschade

Het letselschadeslachtoffer is de verzoeker in de deelgeschilprocedure, de WAM verzekeraar is de verweerder.

Sommenverzekering of Schadeverzekering

De verzoeker stelt in het deelgeschil letselschade dat de verzekering tussen hem en De Amersfoortse een sommenverzekering is. Gebaseerd op jurisprudentie is er geen plaats voor verrekening van de AOV-uitkering en de letselschadevergoeding.

Het verweer van Reaal is dat de AOV-uitkering moet worden aangemerkt als schadeverzekering. Schadevergoedingen uit verzekeringen vormen een opkomend voordeel en mogen volgens diverse gerechtelijke uitspraken -gedeeltelijk- worden verrekend met een letselschadevergoeding. Verder is verweerder van mening dat ook in geval de AOV-uitkering wordt aangemerkt als een sommenverzekering verrekening mag plaatsvinden.

Deelgeschilprocedure Roermond bij letselschade

De rechtbank Roermond beoordeelt allereerst of het deelgeschil letselschade zich leent voor een deelgeschilprocedure in de zin van de artikelen 1019w-1019cc van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv). Een deelgeschilprocedure biedt een rechtsingang wanneer iemand die letselschade heeft opgelopen, de rechter te laten beslissen over een geschil. Van belang is dat de beslissing op dat geschilpunt partijen helpt in de totstandkoming van een vaststellingsovereenkomst. Met andere woorden de beslissing van de rechter moet bijdrage aan het bereiken van een eindregeling van de letselschadezaak.
Partijen verschillen van mening over de vraag of de AOV-uitkering al dan niet mag worden verrekend met de letselschade-uitkering betreffende het verlies aan verdienvermogen, of te wel gederfde inkomsten.

Niet tegengesproken is de stelling van verzoeker dat een rechterlijke uitspraak op dit geschilpunt partijen helpt om te komen tot een eindregeling van de letselschadezaak. De rechtbank Roermond zal daarom het deelgeschil in behandeling nemen.

Is de arbeidsongeschiktheidsverzekering een sommenverzekering

Allereerst moet de rechter Roermond oordelen over de vraag of een arbeidsongeschiktheidsverzekering een sommenverzekering of een schadeverzekering is.
De wet kent twee soorten verzekeringen (art. 7:925 BW). De schadeverzekering heeft als functie vermogensschade te vergoeden die een verzekerde lijdt (artikel 7:944 BW). Bij de schadeverzekering bestaat er een direct relatie tussen de hoogte van de schade en de schadevergoeding. Een schadeverzekering is bijvoorbeeld een autoverzekering, aansprakelijkheidsverzekering en brandverzekering.
Bij een sommenverzekering wordt niet gelet op de hoogte van de werkelijke schade. De verzekering dekt een bedrag, de verzekerde som, bij een bepaald voorval. Deze verzekerde som is door partijen vooraf zelf te bepalen bij het sluiten van de verzekeringsovereenkomst. De verzekering komt tot uitkering ongeacht of er daadwerkelijk schade wordt geleden. Gedacht kan worden aan een ongevallenverzekering. Natuurlijk wordt een ongevallenverzekering wel vaak gesloten met de bedoeling eventuele schade die door een bepaald voorval ontstaat te dekken.

De rechtbank Roermond concludeert dat een AOV niet per definitie een sommenverzekering of een schadeverzekering is, Dit moet worden beoordeeld aan de hand van (het doel) van de verzekeringsovereenkomst.

In het onderhavige geval gaat het om een arbeidsongeschiktheidsverzekering waarbij de polisvoorwaarden eenzijdig door de verzekeraar De Amersfoortse zijn opgesteld. Over deze polisvoorwaarden wordt tussen verzekerde en verzekeraar niet onderhandeld. Ook in het geval van de verzoeker met letselschade en zijn verzekeraar was dat niet het geval. Of en wanneer er sprake is van arbeidsongeschiktheid is dus vast te stellen aan de hand van de tekst van de polisvoorwaarden.

De Hoge Raad heeft in 2008 geoordeeld (3 oktober 2008 (ECLI:NL:HR:2008:BD5828 onder verwijzing naar de Parlementaire Geschiedenis bij artikel 7:925 lid 2 BW) dat een particuliere AOV in het algemeen moet worden bestempeld als sommenverzekering. Dit omdat het bedrag van de uitkering bij overeenkomst is vastgesteld ongeacht of dit bedrag in verhouding staat tot de werkelijke schade.
Echter als er tussen de AOV en de geleden schade een koppeling bestaat wordt de AOV-uitkering aangemerkt als een schadeverzekering.

De arbeidsongeschiktheidsverzekering komt pas dan tot uitkering als er sprake is van enige schade. Ook volgt bij acceptatie van de AOV een beoordeling van het inkomen van de verzekerde. Als uitgangspunt is dat niet meer dan 80% van het inkomen kan worden verzekerd door de zelfstandig ondernemer. Achterliggende gedachte van deze bepaling is een stimulans te creëren voor verzekerde om toch weer te gaan werken.
Uit de polisvoorwaarden kan niet worden afgeleid dat de hoogte van AOV-uitkering bij letselschade wordt getoetst aan het daadwerkelijke verlies aan inkomsten. Er wordt niet gekeken naar inkomensverlies. De hoogte van de AOV-uitkering is ook niet schade afhankelijk. De hoogte van de AOV-uitkering wordt alleen bepaald door de mate van arbeidsongeschiktheid en het verzekerde bedrag. Dit verzekerde bedrag is van te voren vast gesteld en betreft niet het laatstelijk verdiende inkomen. Ook vindt er geen correctie plaats als het inkomen met letselschade hoger is dan het van te voren vastgestelde verzekerde bedrag.
Gezien deze loskoppelingen tussen werkelijk inkomen met en zonder letselschade en de uitkering bestaande uit een percentage van de arbeidsongeschiktheid en het vooraf bepaalde bedrag, acht de rechtbank Roermond de AOV-uitkering een sommenverzekering.

Het verweer van verweerder dat er wel een relatie bestaat tussen het maximaal te verzekeren bedrag en het daadwerkelijk inkomen, leidt niet tot een ander standpunt. Aldus verweerder in het deelgeschil valt af te leiden uit de polisvoorwaarden dat inkomensveranderingen moeten worden doorgegeven aan de AOV-verzekeraar. Ook dit maakt niet dat de rechtbank Roermond anders overweegt. De AOV-verzekering blijft in overwegende mate een sommenverzekering, dit ondanks dat het aspecten bevat van een schadeverzekering.

Verrekening AOV-uitkering met letselschadevergoeding toegestaan?

Vervolgens dient de rechtbank Roermond te oordelen over de vraag of de AOV-uitkering mag worden verrekend met de schadevergoeding uit letselschade en dan met name de schadevergoeding wegens gederfd inkomen.

Artikel 6:100 BW kan aanleiding vormen voor verrekening van een opkomend voordeel met de schadevergoeding. Dit voordeel (bijvoorbeeld uit een verzekeringsovereenkomst) kan -mits redelijk- aanleiding vormen tot verrekening en kan in mindering worden gebracht op de letselschadevergoeding.
Was als redelijk moet worden aangemerkt is ter bepaling aan de rechter. De rechter heeft een ruime vrijheid om dit per individueel geval te beoordelen. IN het verleden heeft de Hoge Raad een aantal criteria geformuleerd (Verhaeg/Jenniskens uit 2010 (ECLI:NL:HR:2010:BM7808):

  • als de schadevergoeding bij letselschade en de verzekeringsuitkering uit AOV dezelfde schade beogen te vergoeden;
  • als er sprake is van een schadeverzekering, dan is verrekening toegestaan;
  • als de sommenverzekering is gesloten en betaald door benadeelde zelf, vindt verrekening over het algemeen niet plaats;
  • als de aansprakelijkheid is gedekt door een verzekering, dan zal verrekening van een uitkering uit een sommenverzekering veelal niet redelijk zijn
  • bij aansprakelijkheid op grond van risicoaansprakelijkheid zal eerder verrekening plaatsvinden dan bij schuldaansprakelijkheid. De mate van verwijtbaarheid kan een factor zijn die meeweegt.

Letselschadevergoeding gederfd inkomen

Voor wat betreft de te dekken schade, zijn partijen het er over eens dat zowel de AOV als deel van de letselschadevergoeding die gaat over de gederfde inkomsten, beogen dezelfde schade te vergoeden. Immers verweerder in het deelgeschil is aansprakelijk voor alle letselschade. Een onderdeel daarvan is het verlies aan arbeidsvermogen.
Vastgesteld is dat de onderhavige verzekering een sommenverzekering is. Verder werd deze afgesloten door gedupeerde / verzoeker als zelfstandig ondernemer zelf.

Ook is verweerder aansprakelijk en wordt de letselschade dus gedekt door een WAM verzekering. Op grond van punt c. en d. is verrekening niet redelijk. Tot slot is er geen sprake van een risico-aansprakelijkheid, zodat ook punt e. geen verandering brengt in het gezichtspunt dat verrekening niet redelijk is.
Rechtbank Roermond concludeert dat er geen verrekening mag plaatsvinden tussen letselschade-uitkering en de AOV-uitkering.
Dit leidt er toe dat de vordering van verzoeker in het deelgeschil letselschade wordt toegewezen en verweerder wordt veroordeeld in de kosten van de deelgeschilprocedure en advocaatkosten.

Advies van een schadeletseladvocaat of letselschadespecialist

Onze letseladvocaten en letselspecialisten werken landelijk, zijn lid van het Register Letselschade, de Vereniging van LetselschadeAdvocaten LSA en NIVRE. Heeft u vragen over een deelgeschil letselschade? Bel nu direct voor een vrijblijvend letselschadeadvies 0800-4455000 of laat onderstaand een belverzoek achter.

Door: mr. O.A.M. Hijink, LSA advocaat Nijmegen, Wijchen

Uw naam
Uw telefoonnummer
Uw e-mailadres
 Bron: ECLI:NL:RBLIM:2017:12135, Rechtbank Limburg Roermond 06-12-2017 : C/03/240075 / HA RK 17-212