Fraude bij schade claim en verval van verzekeringsdekking

Fraude bij schade claim en verval van verzekeringsdekking. Kan het verstrekken van onjuiste informatie over de toedracht van het ongeval leiden tot afwijzen van de schadeclaim en verval verzekeringsdekking.

Verzekerde verstrekt onjuiste informatie over toedracht aanrijding. Verzekeraar doet een beroep op art. 7:941 lid 5 BW en uitsluitingsbepalingen in de polisvoorwaarden en wijst de schadeclaim af.

Fraude bij schade claim

Eiser heeft een oldtimer uit 1983. De oldtimer is bij verzekeraar Bovemij Nijmegen verzekerd. Tussen partijen is een verzekeringsovereenkomst gesloten op 8 november 2012.

Op 1 september 2013 vindt er een aanrijding plaats tussen eiser en de bestuurder van een vrachtwagen. De aanrijding vond plaats in Roermond. Door de bestuurder van de vrachtwagen is eiser aangereden. Eiser stelt Bovemij Nijmegen aansprakelijk. Bovemij wijst de aansprakelijkheid en schadeclaim af vanwege fraude bij schade claim. Eiser bestrijdt dit en legt de zaak voor in een procedure bij de kantonrechter in Roermond. De kantonrechter heeft te oordelen of Bovemij Nijmegen gehouden is tot het doen van een uitkering op grond van de verzekeringsovereenkomst of een beroep op fraude bij schade claim toekomt.

Nu Bovemij Nijmegen stelt dat er sprake is van fraude en een beroep doet op het vervalbeding, dient verzekeraar dat te bewijzen. Toepasselijk zijn de artikelen 7:941 lid 5 BW en de polisvoorwaarden. Door Bovemij Nijmegen is een onderzoeksbureau Dekra ingeschakeld. Uit het onderzoeksrapport stelt de deskundige dat er sprake is van een opzetaanrijding. De door eiser beschreven toedracht en snelheid past niet bij de geclaimde schade.
Ook de eiser brengt een deskundigenrapport in. Deze deskundige die tot het tegenovergestelde concludeert en beweert dat de schadeclaim wel verklaard kan worden uit de beschreven toedracht.

Bewijs door deskundigenbericht

Omdat er tegenstrijdige verklaringen liggen van een tweetal deskundigen, bepaalt de kantonrechter in Roermond dat een derde deskundige benoemd moet worden. Aan de deskundige wordt een aantal vragen voorgelegd door de kantonrechter, te weten:

  1. Kunt u uitsluiten dat de door eiser gestelde toedracht de schade heeft veroorzaakt. Kortom past de schadeclaim bij de beschreven toedracht van het ongeval.
  2. Kan worden bevestigd dat eiser stilstond op het moment van de aanrijding, waarbij de vrachtwagen achteruit reed?
  3. Kan door onderzoek worden vastgesteld zowel eiser als de verzekerde van Bovemij, de vrachtwagen reden ten tijde van het ongeluk, waarbij de vrachtwagen achteruitreed.
  4. Is er sprake van aannames aan de zijde van de deskundige van eiser, zijnde:
    -dat de vrachtwagen achteruit naar rechts reed;
    -de bestuurder van de vrachtwagen pas in een later remde;
    -er sprake kan zijn dat eiser bij de tweede aanrijding naar voren of achteren kan hebben gereden
  5. als er sprake is van aannames, zijn deze dan te concretiseren/aan te tonen

De derde deskundige doet onderzoek en beantwoordt de vragen over de toedracht. Deze stelt dat het gaat om een zogenaamde stempelschade, hierbij moet de eisende partij met de oldtimer volledig of nagenoeg stil hebben gestaan.

Onjuiste verklaring toedracht schadeclaim

De schade aan de linker voorzijde is van achteren naar voren. Dit kan duiden op een achterwaarts roterende beweging van de oldtimer. Dit kan het gevolg zijn geweest van het eerste botscontact.
De deskundige concludeert verder de aannames niet geheel te kunnen verklaren. Er blijven tegenstrijdigheden bestaan. De aannames zijn niet te verklaren uit feitenmateriaal.
Bovemij Nijmegen kan zich verenigen met het rapport van de ongevallendeskundige. Eiser stelt de de gesloten 1e vraag niet is beantwoord. Er dient een ‘ja’ of ‘nee’ te worden gegeven. Door eiser geïnterpreteerd kan de deskundige dus niet uitsluiten dat de toedracht kan hebben geleid tot het schadebeeld en de schadeclaim.

Geconcludeerd moet worden dat de drie deskundigen er een op belangrijke punten een andere verklaring geven. Desondanks gaat de kantonrechter Roermond uit van de lezing van de deskundige Bosscha. Bosscha concludeert dat het beeld van de eerste aanrijding niet strookt met de tweede. De toedracht die partijen opgeven strookt niet met het schadebeeld. De kantonrechter ziet geen aanleiding te twijfelen de visie van de derde deskundige.

Misleiden Bovemij Nijmegen, fraude schadeclaim

De opmerking van de eisende partij, dat door de deskundige niet een eenvoudig ‘ja’ of ‘nee’ is gegeven op de eerste vraag maakt dit niet anders. Aldus de kantonrechter Roermond is het deskundigenrapport voldoende helder op dit punt. Bovendien had eiser aanvullende vragen kunnen stellen aan de deskundige na afronding van het expertiserapport. Dit heeft eiser nagelaten.
De conclusie van de kantonrechter is dat de eisende partij onjuiste informatie heeft verstrekt over de toedracht van de aanrijding. Nu de eisende partij heeft volhardt in haar lezing, laat dit geen andere conclusie toe dan dat eiser met het instellen van de schadeclaim, Bovemij Nijmegen heeft proberen te misleiden. Het beroep op het vervalbeding van artikel 7:941 lid 5 BW in combinatie met de polisvoorwaarden wordt toegekend. De schadeclaim van eiser wordt afgewezen.
Eiser wordt veroordeeld -als de in het ongelijk gestelde partij- veroordeeld in de kosten van de procedure bestaande uit kosten advocaat en deskundigenrapport.

Rechtshulp van een advocaat Nijmegen

Heeft u een schade geleden en wijst verzekeraar de schadeclaim af. Wilt u weten hoe het zit met de bewijslastverdeling? Wilt u een deskundige inschakelen? Bel advocatenkantoor HIJINK Nijmegen voor vrij blijvend advies of rechtshulp in een procedure. Bel (024) 388 66 80.

[contact-form-7 404 "Not Found"]
Bron: Rechtbank Limburg Roermond, 04 5362566/CV 16-8872, 22 november 2017