Aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde rekening vennootschap

Aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde rekening vennootschap: Kan een bestuurder aansprakelijk zijn voor rekeningen van de BV na faillissement?

Voor de rechtbank in Amsterdam diende een rechtszaak waarbij een bestuurder van een failliete webshop aansprakelijk wordt gehouden voor vorderingen van een leverancier.

De webshop in sportartikelen heeft één aandeelhouder die ook enig bestuurder is. De webshop groeide in korte periode zeer snel en kwam in de leveringsproblemen. In een televisieprogramma werd dat belicht in februari en april 2018. De leveranciers van de webshop hebben daarop de betalingsvoorwaarden aangescherpt.

Aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde rekening vennootschap

In deze periode heeft de webshop een bestelling geplaatst bij een leverancier. Kort daarop blijkt dat de webshop niet meer in staat is de facturen van de leverancier te voldoen. De webshop stelt een betalingsregeling voor, die door de leverancier wordt afgewezen. Circa twee maanden later gaat de webshop failliet. De bestelde en geleverde artikelen blijven onbetaald, waarop de leverancier de bestuurder van de webshop persoonlijk aansprakelijk stelt voor de openstaande rekeningen en de geleden schade. Ook doet de leverancier een beroep op het eigendomsvoorbehoud. De goederen zijn echter verkocht, zodat de beroep op eigendomsvoorbehoud niet zal slagen aldus de advocaat van de webshop.

De leverancier stelt dat op het moment van bestelling al duidelijk was dat niet betaald zou worden, zodat de bestuurder een ernstig verwijt treft.
info@hijink.com0800 44 55 000

Bestuurder aansprakelijk voor schade ernstig verwijt

De advocaat van de leverancier stelt de bestuurder van de webshop persoonlijk aansprakelijk op grond van artikel 6:162 BW voor de geleden schade door de wanprestatie. De advocaat doet een beroep op de zogenaamde Beklamel-norm. De Beklamel-norm houdt in dat beoordeelt wordt of de bestuurder van de webshop wist of behoorde te begrijpen dat er niet betaald zou worden door de onderneming die hij bestuurde. De bestuurder heeft in dat geval zo onzorgvuldig gehandeld dat hem persoonlijk een ernstig verwijt kan worden gemaakt.

De ondernemingsrecht advocaat van leverancier onderbouwt de stelling onder meer met de feiten dat de artikelen erg vroeg in het jaar zijn gekocht én vervolgens snel tegen dumpprijzen  zijn verkocht. Iedere betaling aan de leverancier bleef echter uit.

De ondernemingsrecht advocaat van de webshop verweert door te stellen dat bestuurders aansprakelijkheid alleen geldt voor de vennootschap die de webshop bestuurde en niet de persoon achter de besloten vennootschap (in prive). Ook wordt verweer gevoerd door te stellen dat de vennootschap van de webshop er ten tijde van de bestelling financieel gezond voorstond. Verder was er geen sprake van een afwijkende bestelling of verkoop tegen dumpprijzen.  Bovendien kan er geen persoonlijk verwijt worden gemaakt, omdat de bestuurder als prive-persoon niet persoonlijk op de hoogte was van de bestelling.

Reikwijdte verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid bestuurder

De rechter in Amsterdam stelt dat de persoonlijke aansprakelijkheid op grond van artikel 2:11 BW ook kan gelden voor de persoon achter de webshop. Deze persoonlijke aansprakelijkheid als bestuurder kan niet worden  gepareerd door werkzaam te zijn via een tussenholding of vennootschap. Voor de persoonlijke aansprakelijkheid moet voldoende komen vast te staan dat de bestuurder een persoonlijk voldoende ernstig verwijt treft. Het gegeven dat de bestuurder geen leidinggevende was en niet persoonlijk op de hoogte was van de bestelling, en niet kon weten dat er niet betaald kon worden, doet niet ter zake. De bestuurder (ook indirect via een andere vennootschap) is verantwoordelijk voor de algemene (financiële) gang van zaken.

Wanneer is er sprake van een ernstig verwijt

Door de media-aandacht en het steeds weer verhogen van de financiële buffer, wist de bestuurder dat er sprake was van financiële nood. Uit de stukken blijkt dat de liquiditeit van de webshop al langere tijd ernstig onder druk stond. De aangesproken bestuurder was hiervan op de hoogte, maar liet toch bestellingen plaatsen. De bestuurder wist verder dat de vermogenspositie dermate slecht was dat dit geen verhaal zou bieden voor de vordering uit bestelling. Ook blijkt dat de geleverde zaken tegen dumpprijzen werden verkocht om zodoende snel geld te verdienen. Vanuit deze verkopen werd de leverancier niet voldaan. Tevens weegt de rechtbank Amsterdam mee dat de webshop, kort nadat de bestelling geleverd was, met de mededeling kwam dat er niet meer betaald kon worden. De bestuurder moet ook dit hebben geweten voor het plaatsen van de bestelling.

De rechtbank Amsterdam concludeert door deze feiten dat de bestuurder wist of redelijkerwijs behoorde te begrijpen, dat de webshop de bestelling niet kon betalen. Door de bestelling toch te plaatsen en de goederen te verkopen, valt dit de bestuurder persoonlijk aan te rekenen, reden om de bestuurder te veroordelen tot het betalen van de schadevergoeding vanwege een ernstig persoonlijk verwijt.

Advies advocaat ondernemingsrecht

Gezien deze uitspraak van de rechtbank Amsterdam behoort een (indirect) bestuurder van een vennootschap op de hoogte te zijn van de algemene gang van (financiele) zaken. Bij het in ernstige mate negeren van signalen waardoor een ander schade lijdt, kan de bestuurder zich niet verschuilen achter een andere BV die bestuurder is. Bestuurder

Zoals vaak in het recht zijn het de bijzondere en specifieke omstandigheden die maken naar welke zijde de weegschaal doorslaat. In ieder geval was de rechtbank in Amsterdam van mening dat een bestuurder zich niet kan verschuilen achter een BV-constructie én op hoogte dient te zijn van de algemene stand van zaken van de onderneming en bij negeren daarvan een persoonlijk verwijt kan treffen.

Hijink Advocaten adviseert u graag over de aansprakelijkheid van bestuurders en ondernemingsrecht.

Uw naam
Uw telefoonnummer
Uw e-mailadres
Artikel: Aansprakelijkheid bestuurder voor onbetaalde rekening vennootschap
Bron: Rechtbank Noord-Nederland Amsterdam, 3 april 2019, ECLI:NL:RBNNE:2019:1256