Opzetclausule in de aansprakelijkheidsverzekering

Opzetclausule in de aansprakelijkheidsverzekering – Het Verbond van Verzekeraars heeft voor verzekeraars een aangepaste opzetclausule opgesteld. De opzetclausule is bedoeld voor de particuliere aansprakelijkheidsverzekering AVP. Wat is een opzetclausule?

De opzetclausule in de aansprakelijkheidsverzekering bepaalt wanneer de aansprakelijkheidsverzekeraars schade moet vergoeden veroorzaakt door opzettelijk handelen. Deze clausule is niet nieuw maar in de loop van de jaren wel aangepast. Dit omdat er regelmatig discussie bestond over de uitleg van de opzetclausule en de rechtszaken die daarover zijn gevoerd.

Opzet lijkt een begrip dat voor zichzelf spreekt. Toch biedt de term juridische opzet voldoende ruimte voor discussie, zo is gebleken uit verschillende rechtszaken.

Dit leidde er toe dat verzekeraars schades moesten vergoeden die beoogd werden uitgesloten te zijn. Met de nieuwe opzetclausule wordt gepoogd helder te formuleren welke vormen van opzettelijk handelen of nalaten niet voor vergoeding in aanmerking komt.

Nieuwe opzetclausule in de aansprakelijkheidsverzekering

De vorige opzetclausule stamt uit 2000. Met de vernieuwde versie is de bedoeling van de opzetclausule is niet veranderd, namelijk uit te sluiten van verzekeringsdekking, vergoeding, van schades veroorzaakt door iemand die door zijn handelen of nalaten weet of behoort te weten dat dit tot schade leidt of redelijkerwijs kan leiden. De opzetclausule luidde als volgt:

‘Niet gedekt is de aansprakelijkheid van een verzekerde voor schade veroorzaakt door en/of voortvloeiende uit zijn/haar opzettelijk en tegen een persoon of zaak gericht wederrechtelijk handelen of nalaten.’

Bij de beoordeling hiervan kwam het (onder meer) aan op het criterium ‘weten’. Het weten of behoren te weten, wordt uitgelegd naar objectieve maatstaven.
In de rechtspraak werd de clausule nog wel eens ten nadele van verzekeraars uitgelegd. Zo ook door de Hoge Raad in het arrest van 13 april 2018 (ECLI:NL:HR:2018:601 (Shaken Baby). Het ging hierbij om een specifieke casus waarin -kort gezegd- verzekerde zij baby uit onmacht zijn baby dermate lang en hard schudde dat deze daardoor hersenschade opliep. De Hoge Raad oordeelde dat er geen sprake was van opzet zoals bedoeld in de opzetclausule in de aansprakelijkheidsverzekering.

Met de ´aangescherpte´ opzetclausule willen verzekeraars voorkomen dat zij opdraaien voor schade als gevolg van maatschappelijk ongewenst of crimineel gedrag.
In de nieuwe opzetclausule worden de verschillende juridische vormen van opzet uitgewerkt. Met juridische opzet worden de gradaties bedoeld als opzet als oogmerk, opzet met zekerheidsbewustzijn en voorwaardelijke opzet.
Hiermee springen verzekeraars in op de onduidelijkheid die er bestaat over de uitleg van opzet.
De nieuwe opzetclausule zoals het Verbond van Verzekeraars deze adviseert op te nemen luidt als volgt:

U hebt geen dekking als u in strijd met het recht met opzet iets doet of niet doet waardoor schade ontstaat. De in feite toegebrachte schade is hierbij een te verwachten of normaal gevolg van wat u doet of niet doet.

Heeft u geen dekking? Dan heeft u dat ook niet voor de schade die mogelijk later nog ontstaat.
In welke gevallen geldt de opzetuitsluiting? De uitsluiting geldt als u zich maatschappelijk ongewenst of crimineel gedraagt. Dat is in ieder geval zo bij gedragingen die een gevaar voor personen of zaken kunnen opleveren, zoals:

  • brandstichting, vernieling en beschadiging;
  • afpersing, bedrog, oplichting, bedreiging, beroving, verduistering, diefstal en inbraak. Ook als u dat met een computer of ander (technisch) hulpmiddel doet;
  • geweldpleging, mishandeling, doodslag en moord. Er is sprake van opzet, als u iets doet of niet doet waarbij u:
  • de bedoeling heeft schade te veroorzaken (opzet als oogmerk);
  • niet de bedoeling heeft schade te veroorzaken, maar u zeker weet dat er schade ontstaat (opzet met zekerheidsbewustzijn);
  • niet de bedoeling heeft schade te veroorzaken, maar u de aanmerkelijke kans dat er schade ontstaat voor lief neemt. En toch handelt u (niet) zo (voorwaardelijk opzet). Opzet wordt objectief uit de feiten, omstandigheden en/of uw gedragingen afgeleid. Deze opzetuitsluiting geldt ook bij:
  • groepsaansprakelijkheid als u niet zelf maar wel iemand in een groep waarvan u deel uitmaakt iets doet of niet doet;
  • alcohol en drugs als u zoveel alcohol, drugs of andere (bedwelmende) stoffen heeft gebruikt dat u uw eigen wil niet meer kon bepalen. Of als iemand in een groep waarvan u deel uitmaakt zoveel alcohol, drugs of andere (bedwelmende) stoffen heeft gebruikt dat hij of zij de eigen wil niet meer kon bepalen.

Met de nieuwe opzetclausule willen verzekeraars ook de voorwaardelijke opzet uitsluiten. De uitleg of er sprake is van voorwaardelijke opzet draait daarbij om de verklaring van de verzekerde over het handelen of nalaten of bij gebreke van een voldoende duidelijke uitleg, de feitelijke omstandigheden. In die beoordeling zijn van belang de aard van de gedragingen en omstandigheden doorslaggevend.
Hiermee wordt door verzekeraars gedoeld op de gedachte dat bepaalde gedragingen door hun verschijningsvorm kunnen worden gezien als zodanig gericht op een bepaald gevolg, dat het niet anders kan zijn dan dat de verzekerde de kans op dat desbetreffende gevolg (de zaakschade of letselschade) heeft aanvaard.
Ook wijst het Verbond van Verzekeraars er op dat als er geen dekking is op de verzekeringspolis van de aansprakelijkheidsverzekering AVP, kan het slachtoffer van het geweldsdelict aanspraak maken op een tegemoetkoming vanuit het Schadefonds Geweldsmisdrijven. Als er geen dekking is omdat er sprake is van opzet kan een slachtoffer van een geweldsmisdrijf onder omstandigheden voor schadevergoeding een beroep doen op het Schadefonds Geweldsmisdrijven.nhoud clausule

De opzetclausule bestaat uit de volgende elementen:
a. Handelen in strijd met het recht Het handelen of het nalaten van de verzekerde moet in strijd met het recht, ‘wederrechtelijk’, zijn. Een dergelijk opzettelijk (niet) handelen in strijd met het recht maakt een beroep op de opzetclausule door verzekeraar mogelijk, ook in de gevallen waarin de verzekerde niet strafrechtelijk wordt vervolgd of wordt vrijgesproken. Voldoende is dat het gedrag in civielrechtelijke zin wederrechtelijk is.
b. Opzettelijke gedraging of nalaten Het handelen of nalaten zelf moet opzettelijk zijn. Uit de gedragingen van de verzekerde kan afgeleid worden dat deze het letsel heeft beoogd of zich ervan bewust was dat dit letsel het gevolg van zijn handelen zou zijn; zie ECLI:NL:HR:2003:AF7425.
c. De in feite toegebrachte schade is een te verwachten of normaal gevolg Schade die het gevolg is van het handelen of nalaten en die als een te verwachten of normaal gevolg van dat handelen of nalaten kan worden aangemerkt, is uitgesloten. Ook al was de soort of ernst van de (letsel)schade niet door verzekerde beoogd. Het gaat dus om de beoordeling van de vraag of de in feite, initieel toegebrachte schade een te verwachten of normaal gevolg is. Als die schade wel een te verwachten of normaal gevolg is, geldt de uitsluiting. Is de veroorzaakte schade niet een te verwachten of normaal gevolg, dan geldt de uitsluiting niet. Zo is overlijden als gevolg van het naar het hoofd werpen van een pantoffel van iemand die toevallig een abnormaal dunne schedel heeft geen te verwachten of normaal gevolg (vgl. ECLI:NL:GHAMS:1939:79; Eierschedel), maar een gebroken been als gevolg van een harde trap tegen het been wel. Als dekking door toepassing van de opzetclausule ontbreekt, is (ook) de schade van de benadeelde die daar het directe of indirecte gevolg van is uitgesloten. Te denken valt aan een benadeelde die door opzettelijk gericht handelen van verzekerde een been breekt en in het ziekenhuis belandt. Als in het ziekenhuis in de behandeling een fout wordt gemaakt of er treedt bijvoorbeeld dystrofie op, dan is dat schade die eveneens onder de uitsluiting valt. Het enkele feit dat de fout of de dystrofie niet te verwachten of normaal is, leidt er niet toe dat de schade vervolgens wel gedekt is onder de aansprakelijkheidsverzekering.

Elementen Opzetclausule in de aansprakelijkheidsverzekering

In de nieuwe opzetclausule in de AVP zijn de volgende juridische elementen terug te vinden:

  • Handelen in strijd met het recht. Hiermee wordt bedoeld dat het handelen of nalaten van de verzekerde in strijd moet zijn met het recht. Het moet wederrechtelijk zijn. Op deze wijze kan verzekeraar -ook als er geen strafrechtelijke vervolging plaatsvindt of de verzekerde wordt vrijgesproken, dekking weigeren. Immers voldoende is dat de gedraging in strijd is met civielrechtelijke bepalingen.
  • Opzettelijke gedraging of nalaten. Hiermee wordt bedoeld dat de gedraging zelf opzettelijk moet zijn. Er wordt aangesloten bij jurisprudentie waarin uit de gedragingen van de verzekerde kan worden afgeleid dat deze de zaakschade of de letselschade heeft beoogd of zich ervan bewust was dat dit het gevolg van zijn handelen zou zijn (zie ECLI:NL:HR:2003:AF7425).
  • De in feite toegebrachte schade is een te verwachten of normaal gevolg. Gedoeld wordt op de omstandigheid dat de zaakschade of letselschade die ontstaat een normaal of te verwachten gevolg is van de gedraging. Ook deze zaakschade of letselschade wordt uitgesloten. Hier doet niet aan af dat de aard of de ernst van de zaakschade of letselschade niet was beoogd. Het gaat dus om de vraag of de schade een logisch of te verwachten gevolg is van het doen of nalaten van verzekerde. Als er geen sprake is van een te verwachten gevolg, dan wordt de zaakschade of letselschade wel vergoed. Hierbij te denken aan het zogenaamde Eierschedel-arrest (ECLI:NL:GHAMS:1939:79; Eierschedel). Hierbij overleed iemand door een naar zijn hoofd gegooide pantoffel. Zijn schedel bleek dermate kwetsbaar/dun te zijn dat dit fataal werd. Het gevolg van de handeling is niet te verwachten of normaal gevolg, zodat de schade zou zijn vergoed door onder de APV en niet onder de opzetclausule valt.
    Een gebroken been door een harde trap tegen het been is wel een te verwachten en normaal gevolg van de handeling, waardoor vergoeding van de schade dus uitgesloten zal zijn door de AVP.

In de nieuwe opzetclausule wordt benadrukt dat er een loskoppeling is met het strafrecht. Er vindt een zelfstandige civielrechtelijke beoordeling plaats. Dat wil zeggen dat ook als er geen strafrechtelijke vervolging of veroordeling plaatsvindt, of er misschien zelfs sprake is van vrijspraak, de handeling nog steeds zodanig kan zijn dat vergoeding van de schade die daardoor ontstaat uitgesloten is.
Uitzondering is de situatie dat er sprake is van omstandigheden die leiden tot een toepassing van de opzetclausule die naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid leidt tot een onaanvaardbaar toepassing (art. 6:248 lid 2 BW). Aldus het Verbond van Verzekeraars is het aan de rechter om deze afweging in een individueel geval te maken.

Juridisch advies over de Opzetclausule

Advies over de opzetclausule in de aansprakelijkheidsverzekering? Heeft u zaakschade of letselschade geleden, maar weigert verzekeraar te vergoeden. Neem dan contact op met onze advocaten aansprakelijkheid en verzekering, of onze letseladvocaten en letselschade-expert.
Bel ons landelijk nummer 0800-4455000 (gratis) voor een vrijblijvend advies.

Uw naam
Uw telefoonnummer
Uw e-mailadres