Deelgeschil bedrijfsongeval met letselschade

Deelgeschil bedrijfsongeval waardoor letselschade ontstaat. Onbekende toedracht komt voor rekening van werkgever

Deelgeschil bedrijfsongeval met letselschade

Bij de rechtbank in ‘s-Hertogenbosch wordt een deelgeschil aanhangig gemaakt met een verzoekschrift. De procedure gaat over de aansprakelijkheid van een bedrijfsongeval waarbij een werknemer letselschade oploopt in de uitvoering van zijn werkzaamheden.

De werknemer vraagt de rechter in Den Bosch in een deelgeschilprocedure voor recht te verklaren dat de werkgever aansprakelijk is voor het ontstaan van het bedrijfsongeval en de letselschade. Nationale Nederlanden is aansprakelijkheidsverzekeraar van de onderneming en voert verweer.

Verzoekschrift Den Bosch

De werknemer was werkzaam in Cuijk. Hij was ingeleend door de werkgever en formeel in dienst bij het uitzendburo. Tijdens het werk is er een houten balk op zijn rug gekomen. Hij werkte op het dak van een gebouw. Ook waren er nog twee andere medewerkers werkzaam afkomstig uit Polen.

De gewonde werknemer is het niet bekend waar de houten balk vandaan kwam. Hij heeft na het bedrijfsongeval ook niet kunnen kijken. Er heeft niet direct een onderzoek plaats gevonden na het bedrijfsongeval. Er waren geen getuigen. Waar de houten balk vandaan is gekomen staat niet vast.
De werknemer die gewond raakte droeg veiligheidskleding, veiligheidsschoen en een helm.

Voor het rugletsel kwam de werknemer onder behandeling van een chiropractor. Op door verwijzing van de chiropractor zijn er röntgenfoto’s gemaakt in het ziekenhuis en bleek hij een gebroken wervel te hebben.

De werknemer heeft de werkgever aansprakelijk gesteld voor zijn letselschade ontstaan door het bedrijfsongeval. Hij stelt dat de werkgever is tekort geschoten in zijn zorgplicht voor een veilige werkplek.
De verzekeraar Nationale Nederlanden wijst de aansprakelijkheid af op basis van een eenzijdig opgesteld ongevalsrapport. In het ongevalsrapport wordt geconcludeerd dat de werknemer onvoldoende oplettend was. De verzoeker in de deelgeschil start een voorlopig getuigenverhoor. Er komt vast te staan dat het ongeval plaatsvond tijdens de uitoefening van zijn werkzaamheden.

De rechter in Den Bosch concludeert dat in strijd is gehandeld met de Richtlijn Betonbekisting en ondersteuningsconstructies. Ook was geen voorman aanwezig op de bouw. Er hoort altijd toezicht te zijn op de bouwplaats in verband met het verhoogde risico op vallen van bekistingsonderdelen.
Ok heeft de werknemer geen instructies gehad over montage en demontage. De algemene instructies in de zogenaamde ‘toolbox-meetingen’ is onvoldoende. De rechter verwijst naar artikel 8 van de arbeidsomstandighedenwet waar in staat opgenomen dat werknemers doeltreffend moeten worden ingelicht over de werkzaamheden. Het betreft hierbij specifieke instructies gericht op de feitelijk te verrichten werkzaamheden.

Tenslotte hoort de werkgever rekening mee te houden dat werknemers niet altijd de instructies naleven of de nodige zorgvuldigheid betrachten. Er hoort daarom toezicht en controle te zijn.

De rechter ’s Hertogenbosch acht de werkgever aansprakelijk op grond van schending van de zorgplicht (7:658 BW).

Onduidelijke toedracht bedrijfsongeval

Het verweer van Nationale Nederlanden dat niet is aangetoond dat de werknemer het ongeluk overkwam in de uitoefening van zijn functie en er geen getuigen waren, helpt werkgever niet.
Ook de stelling dat de gestelde toedracht onmogelijk is, helpt verzekeraar niet. Voldoende is aangetoond dat verzoeker letsel had opgelopen onder werktijd. Hij had zich met de klachten gemeld bij de voorman die in de bouwkeet op het terrein aanwezig was.
Het feit dat er na het bedrijfsongeluk niet is onderzocht hoe de toedracht is geweest, en daardoor niet meer is te achterhalen wat de exacte omstandigheden waren, komt voor rekening van de werkgever. Het had op de weg van de werkgever gelegen de Arbeidsinspectie in te schakelen voor het opmaken van een ongevalsrapportage.

Omdat de werknemer gemotiveerd heeft gesteld en aangetoond dat hij letselschade heeft opgelopen in de uitoefening van zijn arbeidswerkzaamheden, is het aan de werkgever om gemotiveerd te stellen en aan te tonen dat hij voldoende voorzorgsmaatregelen heeft genomen en aanwijzingen te verstrekken als redelijkerwijs nodig is om ongevallen te voorkomen.

Aldus Nationale Nederlanden was er voldoende toezicht, zijn er specifieke werkinstructies verstrekt, is werknemer getoond hoe hij stempels diende te verwijderen, was er een Risico-Inventarisatie & Evaluatie (RI&E), zijn de bedrijfsregels overhandigd, heeft de gewonde werknemer een VCA-certificaat en nam hij deel aan toolbox-meetingen.

Specifieke veiligheidsmaatregelen voor zorgplicht

Volgens de kantonrechter is onvoldoende komen vast te staan dat de werkgever aan zijn zorgplicht heeft voldaan. Voor een belangrijk deel waren de veiligheidsmaatregelen niet specifiek gericht op e werkzaamheden. Ook is bij de beoordeling van het treffen van de specifieke veiligheidsmaatregelen van belang dat niet is duidelijk geworden hoe het bedrijfsongeval zich voordeed. Er is geen uitsluitsel te geven over de toedracht. Het had op de weg gelegen van de werkgever om dit te doen. Het verweer van werkgever kan daarom niet slagen.
De rechter Den Bosch verklaart voor recht dat de werkgever aansprakelijk is voor het bedrijfsongeval met letselschade. De kosten van de deelgeschilprocedure inclusief advocaatkosten komen voor rekening van de verzekeraar.

Advies van een letselschade advocaat bij deelgeschil bedrijfsongeval

Witl u meer weten over aansprakelijkheid voor letselschade bij een bedrijfsongeval. Of wilt u een deelgeschil bedrijfsongeval opstarten? Bel vrijblijvend met onze advocaten letselschade voor juridische hulp en ondersteuning: 0800-4455000 (gratis landelijk nummer).

Uw naam
Uw telefoonnummer
Uw e-mailadres
Bron: Rechtbank Oost-Brabant ‘s Hertogenbosch, ECLI:NL:RBOBR:2017:3039, datum uitspraak 01-06-2017